Dat de genade particulier is - pagina 110
100
Wel moet
gelet, dat een Eebekka, een Lea, een Eachel nog gehaald worden, om aan Abrahams zegen deel te erlangen; mag niel voorbijgezien dat bij de Patriarchen ook de inboorling van het huis met het licht der genade bestraald wordt; en vooral met Melchizedek gemeenschap voor God wordt gedat maar dit alles doet niets af aan het groote feit, dat de oefend; zegen zich gaandeweg geheel tot Abrahams levenskring saamtrekt, en dat 't geen daarmee niet saamhangt of in aanraking komt, al meer afsterft en rijpt voor het verderf.
uit
er
op
Mesopotamië
—
Of zouden dan toch werkelijk de Uni versalisten zich
bij
gelijk hebben, die voorkeur en met hoog gestemd vertrouwen plegen te beroepen
op het bekende woord der belofte: „En in u zullen alle geslachten der aarde gezegend worden"? Men waant het. Maar met recht? „Geslachten" beteekent hier niet „de opeenvolgende geslachten die, na elkander, van Adam af tot nu toe de aarde bewoond hebben", maar wil zeggen „volken''. Uit is niet onze uitlegging, maar die van God zelven. Immers in Gen. 18 18; en 26 18; ^2 4, waar deze verbondsbelofte plechtig herhaald wordt, spreekt de Heere ze tot drie malen toe in dezer voege uit: „En in u, of in uwen zade, zullen alle volken der aarde gezegend worden". Dat dit op de tegenstelling met Israël ziet, en dus zeggen wil „De :
:
:
:
genade zal niet de volken gaan",
ham
gewisselijk
der aarde in
tot
Israël beperkt blijven,
hem gezegend
Maar nu doen
Israël tot
18, waar het heet: „Dewijl Abragroot volk (Israël) worden zal en alle volken
toont Gen. 18 tot een
maar eens van
:
zullen worden".
om
over het particulier of algemeen karakter der genade te beslissen hier twee vragen voor: lo. zijn hiermee bedoeld de volken na den Christus, of alle volken van het paradijs af ? zich,
kracht. En 2o. is met „alle volken" bedoeld volken", of wel alle volken na Christus in de geheel e som van hun landzaten? nu de „algemeene" genade, d. i. een genade die voor alle menschen uit alle eeuwen hoofd voor hoofd bestemd is, staande te houden, moet men uiteraard die beide vragen met ja beantwoorden. Het moet dan zijn voor de Kaïnieten en Chamieten evengoed als voor de Chineezen en Afghanen. En zoo ook, het moet dan onderde Chineezen of Chamieten niet enkel voor de toegebrachten, maar voor elk individu in die volkerengroepen zijn, dat het Lam Gods de verzoening en voldoening volbracht. Toch springt hiervan het ongerijmde en onhoudbare terstond in
Dus met terugwerkende „uitverkorenen uit
alle
Om
het oog.
Van „volken"
vóór Babels torenom werping weet de Heilige Schrift
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's