Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 64

2 minuten leestijd

?

!

;:

50 dit een ongelooflijk harde eisch is. Dat ze tegen ons namenschelijk gevoel indruischt. En dat Jezus, ware hij een wij geweest, zulk een eisch nooit zou hebben kunnen of als

dat

vrijuit

tuurlijk

mensch durven

stellen.

Wat ligt in dien eisch? Uit Schrift wordt Schrift ook hier het best verklaard Wat lezen we in Leviticus van de bezorging der dooden onder Israël

Immers dit: Dat er ten opzichte van het begraven van de lijken 1". voor den van dierbare betrekkingen drieërlei voorschrift bestond gewonen burger, die deel heeft te nemen aan de uitvaart en het rouwbeklag van al zijn verwanten en nabestaanden; 3. voor den priester, die alleen maar deel mag nemen aan de begrafenis van zijn bloedverwanten in den eersten graad en S". voor den hoogepriester, die nooit bij eenige begrafenis mocht zijn, zelfs niet bij de uitvaart van zijn vadtr of moeder. Duidelijk toch staat er in Leviticus 21 -.1 v.v. aangaande de :

;

priesters

:

„Over eenen doode zal een priester zich niet verontreinigen behalve over zijnen bloedvriend die hem ten naaste bestaat over zijne moeder en over zijnen vader; over zijn zoon en over zijne dochter; over zijn broeder en over zijne nog onge-

huwde

En

zuster."

even duidelijk wat betreft den hoogepriester:

„Hij die de Hoogepriester onder zijne broederen is, op wiens hoofd de zalfolie gegoten is, zal bij geen doode lichamen komen; zelfs over zijnen vader en over zijne moeder zal hij zich niet verontreinigen; en uit het heiligdom zal hij (ter uitvaart van zijn vader of moeder) niet uitgaan, dat hij het heiligdom zijns Gods niet ontheilige, want de kroon der zalfolie zijns Gods is op hem. Ik ben de Jehova!"

Er kan

dus geen de minste twijfel over bestaan, of onder Israël naar luid der Wet, reeds precies hetzelfde wat Jezus hier met dit „Laat de dooden hun dooden begraven!" uitspreekt. Ten deele voor alle priesters. En in den hoogsten graad voor den hoogepriester, voor wien het van woorde tot woorde verordend was: dat hij de lijkbezorging van zijn vader niet zelf mocht doen, maar aan anderen moest overlaten. Kennelijk en blijkbaar heeft Jezus dus dit woord met terugslag op Leviticus 21 gesproken, en heel wat bevreemding zou voorkomen bestond,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's