Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 246

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 246

3 minuten leestijd

338 is het, hoever die toeleg zelfs in vrome Christelijke huisgezinnen soms slaagde. Bereken zoo ge kunt wat deel van den tijd, ook in menig Christenhuisgezin, aan de aanschaffing, toebereiding, opdissching, voorzetting en tot zich neming der spijzen besteed wordt; wat onderdeel van de uren des daags aan de reiniging, aanschaffing en gereedmaking, herstelling, opmaking en versiering der kleederen heengaat; en bovenal welk deel van onze gedachten, overleggingen en gesprekken ook in de ure van betrekkelijke rust, als men eens, vrij van beslommering, nederzit, zich nog met spijs en kleeding, vooral bij moeder en dochters en dienstmaagden, blijft bezig houden, en oordeel zelf, of in zulk een gezin Paulus' roemtaal: „Ik breng het lichaam tot dienstbaarheid" wel als levensspreuk op den wand kan prijken, „Weest niet bezorgd voor den dag van morgen, zeggende: „Wat zullen wij eten en waarmee zullen wij ons kleeden?" Want al deze dingen zoeken de heidenen Moet dan ook daarin de tegenstelling tusschen de heidensche familie en het Christelijk huisgezin niet spreken? Kan het goed zijn, als wie ook, in een Christen-huisgezin levend, soms een week lang geen enkel rustig uur vindt om neder te zitten en rekenschap te houden met zijn ziel? En toch, zijn er geen gezinnen, waarin die klacht wel vernomen werd ; niet zonder grond vernomen werd vernomen werd van moeders lippen, meer nog van de dienstmaagden der vrouw? Doch ook afgezien van dit beslag, dat op onzen tijd wordt gelegd, sluipt er bij het gebruik van spijs en drank en kleeding niet zelden een verkeerdheid in, die de macht van het vleesch over onzen geest ongelooflijk aanzet. Men ziet het sommigen zoo aan, dat ze gaan zitten om te eten; hun glas er zoo voor neerzetten om nu eens te gaan drinken en in kleedij een lust en welbehagen hebben, die verre boven het godvruchtig gebruik uit gaan. Onze maaltijden moeten de hoogtepunten van ons huiselijk leven zijn; een disch met een feestelijk karakter, die uitdrukking geeft aan de éénheid van het huisgezifl; een samen aanzitten van de huisgenooten, waarbij het minder om de rookende spijze dan om elkander te doen is; en nooit het gesprek om het eten, maar wel eens het eten onder het gesprek vergeten wordt. Ook hiertegen wordt, helaas, al te veel gezondigd, ook wel aan den disch die nog met gebed geopend werd en waarbij na afloop de Bijbel op tafel kwam. Zoo al niet op de gewone dagen, dan toch op feestdagen. Als men menschen ziet; meende nu eens te moeten uithalen; de kelders hun schatten nu eens moesten uitgeven, o, we zonderen allerminst de kringen van predikanten uit, maar klagen en vragen, of het dan nog altijd een heilige ernst des levens bleef, het lichaam een tempel van den Heiligen Geest?

ongelooflijk

l'"'

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 246

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's