Dat de genade particulier is - pagina 245
335 loketjes van vromen en heiligen en zondaars en tollenaars heen. Vandaar dan ook dat men in de Evangeliën Jezus altijd weer er op hoort terug komen, om toch wel en duidelijk aan de omstanders te doen uitkomen: Ik richt mij volstrekt niet uitsluitend tot de ééiie groep der onder u dusgenaamde vromen of rechtvaardigen, maar tot menschen van allerlei rang en stand, van allerlei geestelijke gesteldheid en verleden. De door u getrokken grenzen, de door u gemaakte
en
de door u opgezette heiningen breek ik onherroepelijk zoo sterk spreekt de Heere dit uit, dat het soms al den schijn heeft, als sloot hij de Farizeën uit en de tollenaars in, de „vrome vrouwen" buiten het Koninkrijk en de „hoeren" in zijn
ompalingen, door.
Ja,
Rijksgebied. dit mag natuurlijk niet letterlijk verstaan, en wie ook in onze met „hoeren" en „zondaars" in aanraking trad, weet maar al te goed, hoe het zedelijk leven in deze ellendigen vaak volkomen verwoest is, om ook maar een oogenblik te kunnen meenen, dat Jezus aan dit slag lieden een soort van brevet had uitgereikt van hoogere gedisponeerdheid voor het Koninkrijk. Alleen uit de tegenstelling is blijkbaar zulk een woord te verklaren, en niemand kan noch zal het anders dan in dezen zin opvatten: „Ook zelfs onder de hoeren heb ik mijn Magdalena's, onder de tollenaars mijn Levi's en onder de zondaren mijn Zacheüssen die ik red."
Ook
dagen
.
Voor de Apostelen van Jezus wachtte in dit opzicht nog een groottaak. „Gij zult grootere werken doen dan deze" is een woord van hun meester, dat ook in dit opzicht van hen vervuld werd. Immers was Jezus te velde getrokken tegen de valsche kerkelijke onderscheidingen, zij moesten de hand leggen aan de maatschappelijke
scher
standshoovaardij en den nationalen volkstrots. Dat had Jezus in die mate nog niet gedaan. Zoolang het eenig waarachtig zoenbloed nog niet door hangsel in het heiligdom was ingedragen, eerbiedigde ook den scheidsmuur die hoog tusschen Israël en de heidenen trokken. Zijn ontzettend woord: „Het is niet geoorloofd
der
kinderkens
te
nemen en den hondekens voor
te
het voorJezus nog was opgehet brood
werpen"
is
op
aller lippen.
Die scheidsmuur viel eerst door het bloed des Nieuwen Testaments. Maar toen eenmaal dat bloed had gevloeid, behoorde het dan nu ook van meet af tot de levenstaak der Apostelen, om er telkens en telkens weer op te wijzen, dat alsnu die scheidsmuur niet meer gold noch ook door andere scheidsmuren vervangen mocht worden, geldende er van nu aan onder menschen slechts ééne onderscheiding meer: dezulken die wel in Christus gelooven en zij die in hem niet gelooven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's