De leer der Verbonden - pagina 68
58 zoo
kwaad het ging met elkaar
den éénen
Adam
te
maar dat omgekeerd met menschheid reeds aanwezig, in
leven;
eigenlijk de geheele
was; en dat heel de verdere historie eigenlijk dan dat God de Heere door zijn almogende kracht, wat eigenlijk, zij het al meer ontplooit en naar buiten doet treden, ook gansch verborgen, er in en met Adam reeds was. Men geeft derhalve toe, dat de menschheid een organisme vormt, een organisch saamhangend geheel; en dat het eigenlijk een onmogelijkheid is om van eenig mensch te zeggen: Zie hier begint nu uw eigen leven, en daar was uw leven nog aan het leven van uw geslacht met zwakker of sterker vezelen vastgehecht. En geldt dit nu van het lichamelijk leven, hoeveel meer dan niet van het geestelijk leven? Wie zal zeggen waar zijn bewustzijn begon? Waar het reeds aanwezig was in kiem en beginsel ook zonder dat hij het zich herinnert ? Wie zal beweren: op dien dag, zoo en zoo laat had ik nog geen bewustzijn, en ééne minuut later had ik het! En hoeveel sterker nu geldt dit niet nog van wil en geweten? Waar begon uw wil? Hoe diep gaan de wortelen van uw wil? Hoe diep weer van die wortelen de vezelen? Och, laat ons de hand toch op den mond leggen, lezer, en zelfs niet verder ons onderwinden om in deze diepte in te dringen Waanwijsheid, inbeelding is het, gebrek aan nadenken, als iemand op zedelijk gebied alleen zijn personeele schuld als schuld wil hebben aangemerkt. En wie God en zijn Woord gelooft, die zegt: „Neen, en nogmaals neen, maar gehouden ben ik ook tot al datgeen, wat een ander wettig in mijn naam en voor mij beloofde, aanging of op zich nam." Op dat wettige komt het dus maar aan. En daarom gelijk in een volksorganisme, niet maar A of B zeggen kan: Ik zal mijn volk eens verbinden door een verbond; maar dit recht uitsluitend toekomt aan hem die door God tot een hoofd des volks gezet is, d. i. aan den koning, zoo kan op zedelijk gebied, in onze levensbetrekking en rechtsverhouding voor God, niet maar een iegelijk tot hoofd zich opwerpen, maar berust de macht om al het volk wettig te verbinden uitsluitend hij het hoofd dat God over ons zijne
niets
lenden anders
besloten is,
heeft. En wel allereerst bij Adam, die door God zelf in zijn schepping aan het hoofd was geplaatst van heel ons geslacht! Denk dat in, geloof dat Adam dat wist, en zeg ons, of ge niet o. nu eerst dat ontzaglijke van Adams overtreding voelen gaat. Wetende dat alles er aan gehangen heeft, overtrad Adam toch.
gesteld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's