Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 193

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 193

1 minuut leestijd

183 zonder die ervarin<i: denkbaar, m. a. w. kon God Almachtig ooit een oogenblik ophouden den ghins zijner majesteit af te kaatsen in de scheuren onzer ziel, dan ware ongetwijfeld het spreken van zulk een aangeboren vermoyen, onderscheiden van de aangeboren Go&skennis, gewettigd. Nu daarentegen dat onderstelde niet ondersteld worden kan, ja het onderstellen zelf er van reeds indruischt tegen den eersten eisch van het vroom gevoel, en dientengevolge het vermogen om God te kennen, eerst in de meegedeelde, uitgestraalde Godskennis waarneembaar wordt, is aangchoren Godskennis de eenig goede, den eisch der vroomheid bevredigende en derhalve der godgeleerdheid passende uitdrukking, die in de Belijdenis der Christelijke Gemeente geschreven dient te worden. Wie van het vermogen om God te kennen spreekt, doolt af op de paden, door onze wijsgeeren geëft'end de Kerk die belijden wil, wat ze niet door haar peinzen uitgedacht, maar krachtens de veelzijdige openbaring Gods ervaren heeft, wijst op het feit, op de werking, op den nifijestueusen indruk van 's Heeren alomtegenw^oordig aanzijn, en verklaart aan de wereld, haar in de consciëntie grijpend, dat er in een iegelijken mensch, uit een vrouw geboren, aangeboren natuurlijke ;

Godskennis

Nog

bestaat.

een andere, niet minder diepe gedachte verbiedt ons het spraakgebruik der Kerk voor dat der wijsgeeren in te ruilen. Gewaagt men van een vermogen, den mensch toebedeeld, om God te kennen, dan ligt het gevaar voor de hand, dat de mensch zich inbeelde. God te kunnen begrijpen en, wat slechts één schrede van het „begrijpen" af ligt. God te kunnen beoordeelen. Ons is ook het vermogen toebedeeld om het schepsel te leeren kennen. Zoo dikwijls we van dit vermogen gebruik maken, plaatsen we ons boven het schepsel, stellen w^e het als een voorwerp ter beschouwing en waarneming voor ons en rusten niet, eer we het meester zijn geworden. Op gelijke wijs tegenover den Heere, onzen hoogen en almachtigen God, te handelen is de verfoeilijke neiging van ons hoovaardig hart. Ook te zijnen opzichte poogt de mensch zich tegenover het voorwerp zijner kennis te plaatsen, het voor zich te trekken, als aan zich te onderwerpen en niet te rusten eer hij het meester werd met zijn begrip en door zijn begrijpen kan beoordeelen. Dat dit nooit tot Godskennis leiden kan, maar er van afvoert en eer de vonkjes van kennisse Gods, die in ons hart waren, verdooft, spreekt vanzelf. Op hoovaardij rust nooit de zegen, dien de kennisse Gods ons in de zielsgenieting des eeuwigen levens brengt. God te kennen en het eeuwige leven door de aderen der ziel te voelen stroomen, zijn naar Jezus' eigen woord volstrekt één. Niet zoo, alsof men na God te hebben leeren kennen, als loon voor zijn inspanning, als vrucht van zijn arbeid, het eeuwige leven inoogstte, maar in dien

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's