Honig uit den rotssteen - pagina 273
259 dat
ge
„offeranden
Christus",
maar
en dus
niet
Gode aangenaam
als
mensch,
veel
zijn
min
door Jezus zondaar,
als
als priester.
Vandaar dan zijn,
die
opoffert,
werkt,
ook,
niet deze ambten,
dat
voor
maar
al
zooveel er ambten in de gemeenten het volk des Heeren, d. i. de gemeente
des levenden Gods de zalving heeft. Zoo zegt de heilige Apostel Johannes: „Doch gij hebt de zalving van den Heilige en gij weet alle dingen"; en ook: „De zalving die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van noode, dat iemand u leere, maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zoo is zij ook waarachtig." In even gelijken zin, als waarin de heilige apostel Paulus aan die van Corinthe schreef: „Maar die ons met u bevestigt in Christus en die ons gezalfd heeft is God, die ons ook heeft verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven." Bij en in het ambt zijn wel „gaven", „bedieningen" en „werkingen", maar de zalving met de heilige priesteroMe is nu, onder de lieflijke bedeeling van het Vervullingsevangelie, niet meer aan den ambtsdrager gebonden, maar gegund en toegesprengd aan al 's Heeren gunstgenooten. En slechts voor zoover de drager van het ambt ook zelf één dier gunstgenooten is, heeft hij als gunstgenoot en dus niet als ambtsdrager, aan dat priesterlijk voorrecht, aan die heilige zalving, aan dat hoogheerlijk priesterschap deel. de verduistering der waarheid Gods onder Eome was ook dat Bij wel weer verduisterd en waren er weer ambtsdragers opgekomen, die tot het volk riepen: „Wij zijn de priesters, gij slechts leeken!" Maar toen die duisternis voorbijging en het licht weer op den kandelaar kwam, viel ook die leugen vanzelf weer weg, en werd het weer als in ouder en heiliger dagen: „Het algemeene priesterschap der geloovigen."
Dat „algemeene priesterschap aller geloovigen" was de sterke toren, waarin onze vaderen veilig zaten en waarin God Almachtig en Genadig hen dekte tegen lage en list.
dien toren moet het daarom ook nu weer toe, nu nogmaals en donkerheid over de gemeente trok, en wederom een soort aparte priesters, die zich ditmaal „priesters der wetenschap" noemen, laag op de onkundige gemeente, op het volk dat de wet niet kent, neerzien, en alzoo ten tweeden male het „algemeene priesterschap" verderven.
Naar
duisternis
Dat mag, dat Daartoe ingeprent.
is
zal
niet!
het zegel der vrijmaking te diep in het hart der gemeente
De
Heilige
Geest
is
de werker,
niet het
menschenkind.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's