Heils termen - pagina 94
84
noch van de grondgedachte van dien raad des heils, maar van een bijzondere, zoo men wil op zich zelf staande, Openbaring Gods sprake is. De uitdrukking „Woord Gods" wordt hier in scherpe tegenstelling met „Gods daden" genomen; het is een „Woord Gods" in den engsten zin, door God zelf voor het zielsoor van zijn gezalfden profeet gesproken, opdat het door hem, in den vorm van menschelijke woorden voor Israëls ooren zou worden omvang,
uitsluitend
uitgeroepen. Welnu, het
zijn deze „woorden Gods", of wil men, het is deze „woord-openbaring" des Heeren, waarop van zekere zijde veel te weinig wordt gelet. Men gevoelt zich zoozeer weggesleept door de heerlijke aanschouwing van het Woord Gods, als levensfeit, dat men het eigenlijk karakter en hoog gewicht van deze woord-openbaring schier uit het oog verliest, en zoo eenzijdig het Heils feit op den voorgrond plaatst, dat ons, scherp gezien, geen eigenlijk Heils woord
Op dien weg mag de Gemeente intusschen niet volgen. moet haar oog steeds helderder geopend worden voor het onmiskenbaar feit, dat in geheel de Schrift de W oord-openbaring zelfs den eersten rang bekleedt en telkens aan het hoofd verschijnt van elke nieuwe ontwikkeling der Openbaring. Eerst komt er een Openbaring Zóó toch is de gang der Schrift Gods in de av o orden, een Godspraak in eigenlijken zin, die als in kort begrip uitspreekt, wat eerst daarna bij voortgang der Openbaring in werkelijke feiten en daden Gods wordt getoond; en is nii de Openbaring tot aan een volgenden mijlpaal voortgeschreden, dan wordt dezelfde Godspraak wederom vernomen, als om vooruit het heilig program te geven, van wat in het nu volgend tijdperk door 's Heeren hand zal worden gewrocht. Zoo zien we, geheel de Schrift door, de Openbaring Gods van het eene tot het andere en eindelijk tot het laatste rustpunt voortgaan, maar steeds bij elk dier rustpunten afgebroken door een plechtige, indrukwekkende Godspraak, die vooruit reeds in woorden aankondigt, wat eerst daarna door de wonderen en machtdaden des Heeren als een kracht des nieuwen levens in deze wereld wordt ingebracht. Na den zondeval komt niet eerst een wonder, niet eerst een kracht of machtdaad des Heeren, maar allereerst een Godspraak: „ï)atzelve zal u den kop vermorzelen, maar gij zult het de verzenen vermorzelen;" een woord, als met Gods eigen hand aan het hoofd der gansche Openbaring gesteld, zelf aller Openbaring inbegrip, en waarvan geheel de verdere Openbaring Gods, door de profeten en in Christus, niets dan de uitwerking en voltooiing is. Evenzoo bij Abraham, wien reeds in de eerste Godspraak na zijn roeping geheel het plan en bestek als voor oogen werd gelegd, van wat de Heere door en voor hem werken wil. Bij Israëls optreden wederom hetzelfde verschijnsel. Niet een eerst van lieverlee, een eerst allenfj"s toonen aan Israël uit de feiten zelven van wat de raad Gods
meer
rest.
Veeleer
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's