De leer der Verbonden - pagina 203
193
VI.
DE BEDIENING DES WOORDS. lief heeft God de wereld gehad, dat zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, iegelijk die in hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Alzoo
Hij
opdat een
Joh. 3
Tegen twee hoogst bedenkelijke dwalingen moet dus met de
:
16.
uiterste
Zoowel tegen de dwaling, alsof het uitwendig onder het Verbond verkeeren op zichzelf reeds in het Verbond bracht, als tegen die andere, die er op uit is „Gods echte bondelingen" als een aparten kring in hel uitwendig Verbond af te zonderen. „Uitwendig in het Verbond staan" beslist voor de eeuwige zaak nog niets. Duizenden bij duizenden die uitwendig onder het Verbond verkeerden, stierven weg zonder schijn of zweem van hope. Stierven weg, niet alsof ze nooit onder het Verbond verkeerd hadden, maar met verzwaarde schuld. Wie als aangeslotene op aarde onder het Verbond verkeerd heeft, zonder in den Borg te wortelen, heeft ondraaglijker oordeel. „Wee u, gij Chorazin en Bethsaïda! want indien in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, ze zouden zich in zak en assche bekeerd hebben. Daarom zal het aan Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in den dag des oordeels dan ulieden !" Keeds bij menschelijke verhoudingen is dit zoo. Men zegt „Noblesse oblige", d. w. z. hoe hooger ge bevoorrecht zijt, des te duurder is uw verplichting. Als twee in echtbreuk vallen en de één was een leek en de ander een herder der kudde, dan is het oordeel van het publiek voor dien leek, hoe hard ook, toch verdraaglijker dan voor dien leeraar. Hij ontving meer, daarom wordt, en zeer terecht, meer van hem geëischt. En hoeveel meer geldt dit nu niet van de heilige kleinoodiën des Verbonds Een ongedoopte koppensneller staat die gelijk met een gedoopt kind, levende onder de bedeeling van Gods heerlijk Genadeverbond? En kan het dan anders, of tot elk gedoopte gaat ook nu nog de stem der waarschuwing uit: „Dien koppensneller verdraaglijker in den dag des oordeels dan ulieden, juist om de krachten die onder u geschied zijn!" Elk gedoopte, elk uitwendig bondgenoot, draagt de uniform van Jezus; hij trekt op onder zijn banier; hij siert zich met zijn hemelsche kleuren; hij stelt zich aan en doet zich voor als een die den krijgseed van trouw hem zwoer. Maar al legt dat „zich aanstellen", dat „zich voordoen", dat „optreden in de qualiteit" van een bondgenoot aan omzichtiglieid gewaakt.
:
!
V
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's