Dat de genade particulier is - pagina 60
:
50
wat de mensch had kunnen doen eer hij viel, maar met het oog datgeen waartoe de mensch nog in staat bleef nadat hij zondaar geworden was. Wie, als er brand uitbreekt in een gevangenis, waarin alle gevangenen in de boeien geklonken zitten, snel een plan beraamt om ze te redden, zou toch immers ongerijmd handelen, indien hij eenvoudig de deuren opengrendelde, ze er uitriep en een ladder aanwees, en dacht Nu zullen ze er wel uitloopen, want eer ze in de boeien gingen, bewoo-en ze zich vrij. En hij zou immers, om niet onverstandig te handelen, wel aldus moeten redeneer en: „Of ik de deuren al openzet en ze roep, baat niet. Eerst moeten hun de boeien losgemaakt. Anders op op
ze niet weg!" Zie ik dus omgekeerd, dat bij zulk een brand, een energiek directeur, die precies weet wat zijn gevangenen kunnen of niet kunnen, eenvoudig last geeft, om niet anders te doen, dan de deuren open te dan ben ik in staat, grendelen en de gevangenen te waarschuwen,
kunnen
—
op de vraag: „Waren de gevangenen geboeid?" stellig en zeker „Neen, ze waren niet geboeid, want anders zou de te antwoorden: directeur ook hun boeien eerst hebben doen losmaken!" Brengt men dat nu op Gods bestel voor de verlossing van den zondaar over, dan volgt hier alzoo uit, dat God de Heere onmogelijk in zijn heilsraad de redding van allen kan bedoeld hebben, dan in één van deze beide gevallen: of dat ze allen ongeboeid in het gevangenhuis zaten, of dat Hi] aan allen de boeien liet afnemen eer
om
Hij ze riep.
Elke andere onderstelling weerlegt natuurlijk zichzelve. te redden als het huis af brandt, wie vast en geboeid dat ik het weet, zonder dat ik die boei hem eerst afneem, zit,
Te roepen, om
kan
niet.
dat nu God de Heere niet aan allen de boei eerst afneemt is onweersprekelijk; want „dat afnemen" is niets minder dan de wedergeboorte; en dat deze niet in alle schepselen, gedoopt of ongedoopt, metterdaad gewrocht werd, lijdt geen tegenspraak. Er is dus slechts één geval denkbaar, waarin God, die den zondaar door en door kende, nog de intentie kon hebben, toen Hij zijn heilsplan vaststelde, om allen, hoofd voor hoofd te redden, t. w. indien
En
God wist, dat de zondaar niet geboeid was en niet met zijn kluisters aan den kerkerwand vastzat! Ge kunt dan de gevolgen der zonde nog zoo donker kleuren als gij wilt, en zeggen, dat hij besloten zit in een diensthuis, opgesloten verzwakt is in zijn kracht; maar ge acht dan is achter grendelen, toch dat hij in dien kerker zijn vrijheid van beweging behiAd. En hoe gebonden en angstig en ontzettend ge u zijn toestand ook voorindien ge die deur van zijn cel maar openstoot, en de gangen stelt, vrijlaat,
dan kan
hij
er,
naar
uw
voorstelling, toch uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's