Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 107

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 107

3 minuten leestijd

;

97 nu, dat het God Almachtig in zijn ondoorgrondelijke oordeelen behaagd heeft, heel die menschenmassa, met inbegrip van de kleine kinderen en de zuigelingen, onder het gericht van den zondvloed te doen vergaan en alleen Noachs gezin te doen overblijven. Onderstel ik nu voor een oogenblik, dat Gods genade algemeen is, dan volgt hieruit dat in den raad Gods de zaligheid Gods ook gewild was voor al deze toen levende en in den zondvloed omgekomen

nemen we

lieden.

Maar hoe zouden die twee, zoo vragen we, nu saam bestaan kunnen? Eenerzijds dat God de gansche menschenmassa opeens verdoet en van de mogelijkheid van bekeering afsnijdt; en anderzijds dat Hij toch zaligheid voor hen zou hebben bestemd. Dit liet zich nog denken en verklaren, indien God alleen de oud&re mannen en vrouwen in dien vloed verdaan had. Want van die kon men, op grond van 1 Ptr. 3 20 en 2 Ptr. 2 5 dan nog zeggen, dat ze zich tegen Noachs prediking verhard hebben. Maar ook dat baat u niet, nu ge weet dat de pasgeboren kinderkens mee verdronken zijn, niet bijgeval, maar verdaan onder Gods oordeel. En nu zegge men niet: „De kinderkens die nog tot geen bewustheid en kennis gekomen waren, zijn vanzelf zalig geworden krachtens de beloften van het Genade verbond !" want waarlijk de bewoordingen waarin de heilige God zich over die booze menschenmassa in haar :

:

geheel uitlaat, geven aan dit denkbeeld al zeer weinig voedsel. Het berouwde den Heere dat Hij den mensch op de aarde gemaakt

had en het smartte Hem aan zijn hart, en de Heere zeide: „Ik zal den mensch dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, want het berouwt mij dat Ik hem gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de oogen des Heeren." Is het nu aannemelijk, dat de heilige God hier bedoelt „ Op aarde kan ik ze voor mijn aangezicht niet langer dulden. Ik moet ze dus van de aarde verdelgen. En daarom .... zal ik ze voor mijn troon in mijnen hemel zetten." Men gevoelt hier immers al het ongerijmde van. En metterdaad staan we hier dus voor het feit, dat God de Heere, in plaats van de genadewerking aan heel de menschheid d. i. aan ziel voor ziel uit haar, op alle denkbare wijze te bevorderen, integendeel heel de bestaande menschheid vernietigt van den aardbodem slechts aan één gezin genade verleent; en uit Noach, als tweeden stamvader, een geheel nieuw „geslacht van de kinderen der menschen" doet voortkomen. Wie nog vasthoudt aan het „Paradijs-Evangelie", d. w. z. wie nog gelooft en belijdt dat het Genadeverbond reeds in het Paradijs is opgericht, stuit hier dus niet op een redeneering, niet op een twijfelachtige uitspraak, noch ook op een partijdige voorstelling, maar wel terdege op een onloochenbare, rechtstreeksche daad Gods, die onom:

IV

7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's