Dat de genade particulier is - pagina 158
148
IV.
ONTWIJFELBAAR GETUIGENIS. De raad des Heeren bestaat in der eeuwigheid, de gedachten zijns harten van geslachte Psalm 33 11. tot geslachte. •
:
Over de uitkomst van den weg der zondaren bestaat geen verschil. iegelijk mensch, die nog belijdt en het meent, dat „verloren gaat dat verreal wat buiten Jezus sterft," geeft toe en moet wel toegeven weg de overgroote meerderheid van de kinderen der menschen verloren gaat en dat slechts een betrekkelijk zeer en zeer klein deel het Evangelie van Jezus bij zijn leven aannam en in de hope op zijn
Een
:
zoenbloed stierf. Ook al ondervraagt men daarover de allerminst eischenden onder de Christenen, toch zullen ook zij moeten toestemmen, dat het aantal menschen dat „in Jezus sterft," bijna niet te noemen is, vergeleken bij de onmetelijke massa van individuen, die heensterft zonder ooit de zaligheid, die in Christus is, te hebben gekend. Dit vreeslijke, ontzaglijke feit schrijven we niet dan met een innerlijke huivering der ziele neder. Want waarlijk men zou van alle menschelijk medegevoel ontbloot moeten zijn, indien men zoo schriklijke gedachte ook maar kon indenken, zonder diep uit de borst de angstige vraag te voelen scheuren: „o, Mijn God, waarom kan, waarom mag dat niet anders?" En nog tienmaal liever hebben we met den uitzinnigsten Universalist te doen, dan met den man zonder hart, die koel en met onbewogen gelaat van het verderf en de eeuwige verdoemenis dier millioenen bij millioenen spreken kan. Elk jaar rekent men, dat omstreeks veertig millioen menschen ten grave worden uitgedragen. En nu, zoudt ge met de kennis die ge van het Christelijk leven hebt voor oogen ons niet van verregaande onwetendheid en gebrek aan ernst beschuldigen, indien we het cijfer van hen die „in Jezus" sterven, ook maar op één tiende van deze veertig millioen begrooten dorsten? Neen, in der waarheid, zelfs het denken van onzen geest kan niet langer dan één oogenblik in die diepten der rampzaligheid verkeeren, of we voelen, dat we krankzinnig zouden worden, indien wij dat schriklijk raadsel hadden op te lossen. Maar met dat al blijft het smartelijk feit en wordt dit onbeschrijflijk aangrijpende feit onbewimpeld en volmondig toegestemd óók door hen onder onze geloovige broeders, die nog altijd voor een „algemeene genade" ijveren, als ware er de eere van hun Evangelie mee
gemoeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's