Heils termen - pagina 191
181 dus
eer
Liefde
voor dan teo^en
de gemeenschap, die ons hart met die Gods heeft, mits de schakeeringen, waarin die Liefde met den kennersblik onderscheiden en in haar eigenaardig
onzes
zich oplost,
karakter gewaardeerd worden. Slechts gebrek aan geestelijke veerkracht en innigheid des geestelijken levens zou zich verraden, zoo we de onderscheiden uitingen van Gods liefde in onbegrepen verwarring dooreenmengelen. Het zou geen ernstig Schriftonderzoek zijn, dat wel de onderscheiding in de der liefde bijhield, maar de onderscheiding in het wezen der liefde verloor. Daarom verdient de achteloosheid bestraffing, waarmee thans in gebed en prediking, in geschrift en gesprek vaak van genade en .
namen
goedertierenheid, van weldadigheid en lieflijkheid
door-
een gesproken wordt, als dienden deze allen slechts ter afwisselende aanduiding van eenzelfde eigenschap onzes Gods, zonder dat het spraakgebruik zich hierbij naar de rechten van elk woord had te voegen. Bestreden moet dit gebrek aan nauwkeurigheid, niet slechts wijl juistheid van uitdrukking het kenmerk van een helderen geest is, maar bovenal wijl deze verwarring in het spraakgebruik ons een schuldige oppervlakkigheid verwijt in ons innerlijk leven, en juist het tegendeel van een „wonen in Gods liefde" met heel de ziel. Kennis en leven, ze mogen op elk ander gebied zich scheiden laten, op het terrein des Heiligen Geestes niet. Ook de overgang uit Gods Souvereiniteit in Zijn Ontferming heeft daarom gewicht, en geheel deze beweging van Gods liefde zal ons dan eerst klaar worden, zoo we scherp de drie momenten onderscheiden, waarin de Schrift ons die liefde openbaart. Ze zullen ons het duidelijkst zijn, zoo we de liefde eerst in haar rust, dan in haar neder buig en, en ten laatste in haar ontfer-
mende beweging gadeslaan. Denken we ons de liefde Gods in haar rust, dan wordt ze door de Schrift bestempeld met de namen van goedheid, goedertierenheid en weldadigheid. Wordt de nadruk op het Wezen Gods gelegd, als aller liefdebron, dan wordt de Heere zelfde goed-
heid genoemd, eensluidend
is,
een uitdrukking die met en dus schier voor God
vreezende goedheid" (Hos. 3
komen
zullen
:
5).
zijn zelf
naam
bijna geheel
gebezigd wordt.
„Zij
den Heere en tot zijne daarentegen meerde eigenschap
tot
W^ordt
dan het Wezen bedoeld, dan spreekt de Schrift niet van „goedheid," maar van „goedertierenheid:" „Zijne goedertierenheid is geweldig over degenen, die Hem vreezen." (Psalm 103 11). Moet eindelijk niet het wezen, noch de eigenschap, maar de inhoud en vrucht van Gods liefde worden aangeduid, dan is :
weldadigheid gebruikt
het vaste woord, dat
vinden:
heden Davids."
„Ik
u
zal
(Jesaia 55
:
we
schier
immer
in de Schrift
geven de gewisse weldadig3).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's