Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 140

3 minuten leestijd

!

!

126 duisternis; of met den eenen voet op het pad der glansen, met den anderen op het pad der donkerheden. Daar is niets van aan. Dat kan niet. Ge leeft of ge zijt dood. En zoo ook ge zijt en wandelt op den weg rechts, of wel ge zijt en wandelt op dien weg niet, maar dan wandelt ge ook op den weg links. En nu zegge men niet: „Maar dan de bekommerden!" Want, lieve broeder, ik bid u zelven, is het niet duizend maal beter, dat gij ongerust zijt en dat de Schrift u dan verzekeren komt, dat ge toch binnen zijt, dan dat ge zelf met de „gerusten Zions" insluimert en eens door het woord van uw Eechter voor eeuwig met doodelijken

de

schrik wordt verschrikt?

Alzoo uiot naar bevindingen, maar naar het Woord. En dan is er geen twijfelen aan, of elk kind van God wandelt al de dagen zijns nieuwen levens in het licht en hij kan niet meer terug, om zoo nu of dan eens, een tijdlang te gaan wandelen op de paden der duisternis.

Maar

dat ge wandelend in het licht, met wordt bevangen. En dan komt het er op aan Want dan moet ge wel weten: „Hoe sta ik er nu aan toe? Is het nu een wandelen op den weg der eeuwige glansen met een tijdelijke zielsverduistering, of zou het nog een wandelen op de donkere paden dit

kan

om

een duisternis

wel de

der duisternis zijn? En dat is dan. God

:

te weten,

ziel

zij

lof,

terstond te beslissen

Hoe! o Zoo practisch eenvoudig.

Onderzoek slechts, wat ge dan in u waarneemt. Voelt ge dan bij u een neiging, die denkt: „Hè, bleef dat nu zoo heerlijk duister!" Trekt ge u in die donkerheid terug? En geeft ge, als de menschen er u over hard vallen, uw donkerheid voor licht slaat u de angst voor uwer ziele zaligheid om het uit? Of wel

hart,

vloekt

uzelven in dezen, en roept ge aanstonds

ge

om

ontfer-

ming en vergevende genade? Indien het laatste,

kind

dan

dat

dan zijt ge een ellendige huichelaar! Indien het ge een verloren zoon, een schaap dat afdoolde, een Vader bedroefde, maar toch altijd aan Christus, uw

eerste, zijt

zijn

Borg en Middelaar vast. Tot den huichelaar nu zegt Hij, die heilig is, Erbarmer is zijn naam: „Bekeer u van uwen boozen weg; indien ge u bekeert, is er ook voor u nog genade; maar indien niet, weet dan dat het u vreeslij k zijn zal eens te callen in de handen van den levenden God! En tot zijn verloren en afgedoold kind spreekt de Trooster in hem, ook al hoort hij het zelf nog niet: „Uw zonden zijn in de diepten der zee geworpen; keer weder, mijn kind, en zondig niet meer!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's