Dat de genade particulier is - pagina 207
197 niet aanging; dat hiermee niets gezegd; dat dit louter een spelen met woorden was. Want, bijaldien men het heilswerk aldus in twee stukken sneed, en in zulk een zin apart van een ver-werving en onderscheidenlijk van een toepassing van het heil sprak, dat dan het kruis
van
Christus ook ophield de fontein onzer zaligheid te zijn en het Volbracht een leugen ware geweest op Jezus' lippen." Dan toch ware met het lijden en den dood des Zoons van God nog slechts de eVwê helft van ons heil verworven, en wel slechts die helft, die zonder de dan van elders bijkomende toepassing, wel verre van de zaligheid aan te brengen, eer het verderf nog erger maakt. En overmits w^e nu metterdaad niet inzien, wat billijkerwijs tegen dit afdoende weder woord zou zijn in te brengen, sluiten ook wij ons onvoorwaardelijk bij die tegenspraak aan, en moeten nu dus wel op een anderen uitweg wijzen, om aan die schijnbare tegenstrijdigheid van het „allen'' en „velen" te
ontkomen.
Dit nu kan niet moeilijk vallen, indien we ons slechts even de moeite gunnen van zuiver de zaak in te denken. We beginnen daartoe met een voorbeeld. Stel, een rijk landbouwer heeft in drie verschillende polders drie
met rundvee staan. In één dier polders keurt hij den bodem wat steviger voedsel voor zijn vee noodzakelijk, en zegt nu aan zijn meesterknecht: „Zorg eens dat het vee van morgen af lijnkoeken krijge, maar natuurlijk niet alle. Ik bedoel het alleen voor het vee in den lagen polder". En nu een dag of wat later naar dien lagen polder toegereden, komt de landbouwer zijn stal, dien hij daar heeft, binnen en vraagt, zonder in het minst afzonderlijke stallen
om
het
drassige
van
te worden, aan den opzichter, dien hij daar heeft „Zeg eens vriend, hebben wel al de heesten nu lijnkoeken gehad"? Eerst heet het dus: „Lijnkoeken, maar niet aan alle". En straks vlak omgekeerd: „Lijnkoeken, wel aan alle". En toch kan een kind inzien dat er hier van geen tegenspraak mag worden gerept, en dat het schijnbaar tegenstrijdige alleen daai vandaan komt, dat er eerst sprake was van alle runderen die hij in het algemeen bezat, en daarna alleen van al de runderen die hij bezat in den eenen polder. „Allen/ is een uiterst rekbaar woord. Zeg ik: „Allen hebben gezondigd", dan beteekent „allen" de geheele massa menschen die op aarde leeft. Zeg ik: „Ze hebben allen gelijke rechten", dan bedoel ik al de burgers van mijn land. Zeg ik „Allen zijn gehouden tot trouw aan hun belijdenis", dan slaat „allen" op alle leden van mijn kerk. Zeg ik: „Ze houden allen van den burgemeester", dan ziet dit op alle inwoners van de stad. Zeg ik: „Ze waren allen present", dan slaat dit op alle leden van een vergadering. Zeg ik: „Alle menseben keken hem na", dan wil dit zeggen alle menschen die toen daar op straat bij waren. En vraag ik aan de dienstmaagd, die mij komt zeggen dat de tafel gedekt is: „Zijn ze er allen reeds?" dan tast en voelt
zich
zelf
aangesteld
ongelijk
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's