Dat de genade particulier is - pagina 104
94
Wel mag men
er óók op wijzen, dat Augustinus en alle diepere Middeleeuwen, en zoo ook Calvijn en met hem alle geestelijk dieper ingeleiden uit de eeuw der Hervorming, op het allerstelligst en allerontwijfelbaarst hebben betuigd en beleden, dat de genade maar dit getuigenis, hoe uitGods een particulier karakter droeg stekend en sterksprekend ook, heeft toch uitsluitend als getuigenis uit en krachtens de Schrift beteekenis, en moet dus altijd weer aan haar,
denkers
uit
de
;
als eenio; onfeilbare keursteen,
—
getoetst.
Slaan we nu de Heilige Schrift op, dan vinden we daarin nergens een hoofdstuk dat opzettelijk over de genade handelt, en waarin ons beknopt, volledig en in logischen samenhang alle bijzonderheden over de genade zouden zijn meegedeeld. Gods weg, om zijn volk te onderwijzen, is in die Heilige Schrift een andere. De Heere bewandelt steeds den weg der historie, d. w. z. Hij begint met iets^ om daarna iets meer, na dat meerdere iets nog duidelijkers te geven; op dat duidelijkere iets nog klaarders te laten volgen; om eerst eindelijk en ten allerleste de heldere waarheid in haar gansche volkomenheid voor ons zielsoog te plaatsen. En dat openbaren en toelichten en ophelderen van de waarheid Gods gaat niet zóó toe, dat er maar aldoor formules of omschrijvingen zouden worden meegedeeld. Eer zijn die omschrijvingen sober en zeldzaam. En de hoofdzaak is veeleer, dat de Ontfermer, om ons te toonen hoe het met de genade gelegen is, ons genade laat zien, ze daadwerkelijk schenkt en bewijst; om nu voorts in de uitwerkselen, die van deze genade zichtbaar worden en de wijze waarop ze zich vermenigvuldigt, een licht voor ons te doen opgaan over haar oorsprong en natuur. Om aangaande het algemeen of particulier karakter der genade zekerheid te bekomen, zijn we er dus niet mee af, dat onze tegenstanders of wij ons op enkele Schriftuitspraken beroepen, waar dan weer anders luidende Schriftuitspraken tegenover worden gesteld, maar dient met de Schrift in de hand onderzocht, wat God de Heere van oudsher „veelmalen en op velerlei wijze" van de „genade tot zaligheid" heeft laten zien, d. w. z. hoe en oader welke omstandigheden Hij ze aan den mensch geopenbaard en in de wereld heeft ingebracht. Voor het
overzicht dat ons daarvan te geven staat, wijzen
maal alleen op de namen van
Adam
we
dit-
en Noach.
In wat ons uit de ontzettende gebeurtenissen uit het Paradijs bekan wat de feiten aangaat, natuurlijk niets, volstrekt niets is,
•icht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's