Practijk der godzaligheid - pagina 136
138
ghemoet gaen lek en sal de leere vande genaede, vande wercken soo hert niet drijven, ende so sullen wy d'een den anderen draghen: Maer hy bestrafte de Galaters wel ernstlijck, datse den valschen Apostelen gehoor hadden ghegheven, ende sochtse weder te brengen tot de erkentenisse van de Waerheyt, vande welcke sy geweken waren, arbeydende haer wederom als kinderkens te baren, totdat Christus een gedaente in haer mochte In sulcker voegen moeten wy oock trachten, na het exempel crijgen des Apostels Pauli de secten te minderen, datmen de verleyde vande Waerheydt grondelij ck onderrechtende, soecke te brenghen tot eenicheyt des Gheloofs: Op dat also de dwalende Schapen tot de rechte Schaeps-koye Christi ghebracht zijnde, het mach worden één Schaepstal ende één Herder. Eenige die andersins niet quaet en zijn, maer haer menschelick vernuft wat te veel volghen, meenen datmen om de Waerheyt in te voeren vast op sulcke wijse behoort te handelen, als de Moderateurs om hare opiniën te verbreyden. Want sy meenen datmen voor eerst vande verschillighe poincten wat sal toegheven, ende de partijen wat inruymen, op datmen in toecomende tijdt zijn slaeh te beter waerneme, ende der valscher Leeraers listicheydt te bequamelijcker ontDewelcke soo se decke. Voorwaer eenen menschelijcken voorslach eenichsins inde Politie mach plaets hebben, inde Ghemeynte Godts alsoo malcanderen te
ende
ghij
en
:
sult de leere
:
:
nochtans gantschelijck niet: Den reghel des Apostels staet vast: Men moet gheen quaet doen, op datter goet uytcome. De Heere Christus heeft zijn Discipulen wel gheleerdt, datse voorsichtig sullen zijn als Serpenten, maer daer beneffens heeft hy haer bevolen, eenvoudich te zijn als Duyven. Doch dit en comt niet over een met de Christelijcke eenvoudicheyt, die rondt en recht uyt gaet, hebbende haer oogemerck alleen op de eere Gods, verbreydinghe der Waerheydt, stichtinge der Gemeynte, ende der menschen salicheydt. Een voorslach oock die de Waerheydt schadelij ck is: Want w^at is dit de Waerheydt te verlaten om de' selve te bequamelijcker weder te crijghen? Vanden rechten w^ech af te wij eken, om op den selven te lichtelijcker weder te keeren? Beghintmen te glijden, men raeckt haest vande planck. Wordt een schakel losghemaeckt, de heele keten valt ter neder. Wordt een steen uyt de muyre ghebroken, de reste sal lichtelijcken volghen. Alsmen begint te parlementeren, seytmen, soo is de Stadt half ghe wonnen, ende wat volchter ghemeenlijck op, anders als overleveringhe vande Stadt? Waer toe sal dan dit Verdingh tusschen de waerachtighe ende valsche leere dienen? Om de Waerheidt te verlaten, ende over te gheven, op dat wy by onse vleeschelijcke ruste blijven? Dat moet ymmers verre zijn. Ende wie sal ons verseeckeren dat wy in toecomenden tijdt sulcke gheleghentheydt alsmen voorgheeft sullen
connen becomen? hebbende,
soo
veel
haer voordeel
ghenomen
alsmen haer soude moghen toegheven,
sullen in
De
valsche
leeraers,
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's