Nadere verklaring - pagina 15
II.
Oordeel van den heer M. de
DE SAVORNIN LOHMAN.
wensch een woord
V.! Ik
spreken
te
in
de eerste plaats
over de quaestie, die gisterenmiddag hier behandeld
heb
Ik
lang
getwijfeld
quaestie hier te spreken.
of
het
om
op mijn weg lag
Wie oordeelen
is.
over die
wil in zulk een quaestie,
oogen van het publiek geheel vrij en onbevooroordeeld zijn, en ook onbevooroordeeld staan tegenover den beklaagde. Maar wie is in een politiek lichaam tegenover een medelid en een partijleider werkelijk geheel onbevooroordeeld? Ik zou na de verklaring, die we gisteren gehoord hebben van den geachten afgevaardigde uit Ommen, den oud-MinisterKuyper,
moet ook
de
in
meer noodig ware om over deze wanneer niet hedenmorgen de geachte afgevaardigde uit Groningen de zaak opnieuw ter sprake had gebracht. En thans wensch ik, zoo vrij en onbevooroordeeld als dit
gemeend hebben,
zaak
mij
te
dat het niet
spreken,
mogelijk
is,
mijn
gevoelen
ofschoon
spreken,
te
uit
het
uitspreken daarvan niet gemakkelijk gemaakt wordt, waar in de pers enkele volgelingen juist den persoon
die
aangevallen
hier
wordt, op den voorgrond geplaatst hebben, door er
bij
redenen van dankbaarheid, en door
met de ver-
zelfs te dreigen
te
halen
wanneer men het waagde af te keuren wat dr. Kuyper als Minister gedaan heeft. Voor dankbaarheid is voor mij geen reden. Ik heb wel iets gedaan om den geachten breking van
de
afgevaardigde
te
coalitie,
brengen op, althans
waar hij nu staat; hij te hebben gedaan. Op aangaat
het
gevaar
voeren
te
zal hetzelfde niet dit
voor
een van de rechtergroepen
punt sta
ik
boven trouw aan de waarheid, indien
den bij
de
plaats
beweren tegenover
dus geheel
de verbreking van de
trouw aan
naar
vrij.
mij
En wat
coalitie, indien
leider
ging
stellen
haar de belijdenis van
het Christelijk beginsel onafscheidelijk bleek te zijn van de ver-
mensch, van de verheffing van den man op het dan zou tusschen zulke Christus-belijders en mij, en naar ik geloof, ook de meesten mijner vrienden, een zoo sterke antithese blijken te bestaan, dat er voor mij volstrekt geen begeerte meer zou zijn naar het voortzetten van die coalitie. Maar ik ben overeering van den schild,
tuigd,
dat
die
woorden alleen gesproken zijn door mannen die hun oordeel, óf zeer jong zijn en daardoor
óf eenigszins beperkt in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's