Dat de genade particulier is - pagina 191
181
dan
omkomen
in het water, al cleedt «e er nog ge op uw wandeling een veld of een vlakte nadert, waar de artillerie in het vuur exerceert, waarom keert ge dan op het zien van het roode vlaggetje om? Want immers, is uw uurtje geslagen, dan kunt ge toch den dood niet ontkomen. En uw uurtje er niet, dan zoudt ge niet kunpoi getroffen worden, al is snorden de granaten en puntkogels ook vlak om u heen Of eindelijk: als er 's nachts een woestaard in uw huis doordringt en met een opniet
is,
zoo
uw
leunt
best toe
s:e
niet
Of ook
!
als
:
!
geheven
mes
op
man dan
dien
uw vrouw
of kind wil aanvallen, waarom laat gij begaan? Want immers, zijn ze aan hun eindze toch niet het leven verlengen, en zijn ze er nog
niet
stil
dan zult gij dan kan die ingeslopen dief hun toch niet het leven verkorten! Ik zou zeggen, als Gods besluit metterdaad het gevolg heeft om u werkeloos en lijdelijk te maken, lieve vrienden, waarom bidt ge dan als uw dokter u zegt, dat uw moeder gevaarlijk ligt? Waarom laat ge uw kind dan nog den arm afzetten, als de heelmeester zegt, dat uw kind anders sterft? Waarom neemt ge dan nog medicijn? Waarom dan nog een leuning aan uw hooge trap gemaakt? Ja, waarom dan zoo bang voor hongersnood? Gij kunt immers toch niet één enkele minuut sterven, eer Gods bepaalde tijd daar is. Zoolang woé^^ ge leven, en kunt ge door geen zelfmoord zelfs van uw leven afkomen. Waartoe dan altijd spijze genomen? Ook zonder eten, niet waar, zou iemand, die pas over veertig jaar sterven moet, toch die veertig jaar het leven houden?" En op dat zeggen begint ge te glimlachen. Ge vraagt Kortswijl of ernst? En ge ziet den vrager half ironisch aan, als om uit zijn oogen te lezen, of hij heusch nog antwoord op zoo dwaze vraag van u paal,
niet,
:
verlangt.
En één
neen,
dat de vraag die
Of
Deze gij
ik op geestelijk of op lichamelijk gebied zeg:
God
als
we ook geen antwoord, mits onder namelijk, dat ge vooraf onbewimpeld erkent, ons voorleidet in uw^ bedenking precies dezflfJe is. behoeven
eigenlijk
voorw^aarde.
wil
— derhalve voor mijn lichaam — komt geheel op
ik leef,"
brood blijven,
Kwam nu
„Ik kan niet leven
dat ik sterf," en „ik kan niet sterven als zal ik
maar
stil
of van het
God
wil dat
blijven zitten en van het levens-
Levensbrood voor mijn
ziel
af-
hetzelfde neer.
iemand tot u, die u dwingen wilde om te belijden, dat uur van uw dood volstrekt niet bij God bepaald is, en daartoe aldus u aansprak: „Zie, indien dat zoo was, en dat geloof ingang vond, dat een mensch niets af of toe kon brengen aan zijn dood en het door Gods besluit vooraf vast stond, of hij op dezen of dien dag zou sterven al dan niet; indien dat zoo ware, dan zoudt ge geheel de wereld ongelukkig maken, de menschen zouden zoo maar verdrinken, als er een spoor aankwam maar doorloopen, met roodvonk op de huid in den wind gaan wandelen, alle dokters vaarwel zeggen, niet meer
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's