Practijk der godzaligheid - pagina 185
177 Yerontschuldiging van zijn schuldig niets-doen te verschuilen. Aangetoond, om alle verontschuldiging af te snijden, hoe zelfs de vroomste in intentie en heiligste gemoedelijkheid en teederste overgeestelijkheid te ontdoortasten tot plicht den van ons om niets de macht bezitten, zelven in hun slaan. Aangetoond ten slotte, hoe de Irenischen zich bedrijf der heerlijk het ze dikwijls zoo veroordeelen, eigen gedraging en tegenbieden, martelaren der bloed het aan eere Beformatie loven,
over Eome zich op het verledene beroepen. Ja aangetoond niet mindoor der en als om het onderwerp uit te putten, hoe de Irenischen, herinde nationale tegen lijnrecht zelfs gedragslijn, hun onhoudbare neringen en den eisch der volksconsciëntie ingaan, door als schuldig ongoddelijk te veroordeelen, wat aan onze vaderen toescheen, als Heere der heirscharen zelfs ten koste van hun goed en bloed, van den
en
geboden. Tot dusverre vernamen we nog niets van een poging, om dit betoog Schriftuurlijk noch canonisch te ontzenuwen; iets wat dan ook noch toch, zullen de Irenischen wat en vallen; zal licht noch historisch tegen wil en dank dient hooghouden, eere met banier hun irenische beproefd. het daartoe, dan hopen we van harte, dat het tegenbetoog zal houden, en niet door zwevende, philosophische bespiestuk voet bij ons volk zoo koud als ijs laten, de aandacht zal aftrekdie gelingen, eminent practicale zijde der quaestie. Geen gelijk of de ken van of dringen, maar ernstig en als voor Gods oog worde drijven ongelijk vraag overwogen, wat ten deze door Gods heilig Woord, door de
Komt
de
traditiën daaruit afgeleide gereformeerde beginselen, en door de heilige wordt. geëischt hart ons en volk ons van Er staat met deze quaestie van het schuldig of onschuldig, aanbevelenswaard of ongeoorloofd karakter der irenische gedragslijn voor en hart, ja, theologie en wetenschap, voor staat en kerk, voor huis zoo voor de onderlinge broederschap en den vrede van Jeruzalem,
onuitsprekelijk veel op het spel. dit Wij voor ons zijn vast overtuigd, dat de irenische groep den Aan land op dit oogenblik een tweeling in haar schoot verbergt. éénen kant een groep kinderen Gods, in wier hart genade een werk krachten der der heerlijkheid wrocht, en die gesmaakt hebben de groep die een kant eeuw. Maar ook aan den anderen
m _
toekomende van Jezus is, die wel den klank van zijn waarheid ten deele en dus nabootst, maar in den grond vijandig tegen Hem overstaat, bloed dierbaar en zijn eere als Koning en den prijs van zijn heilig
niet
zoekt te verkleinen. Nu moet het er heen, dat deze Jacob en deze Ezau uiteen worden
Deze twee elementen hooren niet saam en moeten dus aan hoort bij de elkaar den scheidbrief geven. De groep schijnbelijders nog bij de eer eigenlijk of groningers thuis, niet bij de orthodoxen, geward.
VI
12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's