Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 84

2 minuten leestijd

74 IX.

DE TEEKENEN DER HEERLIJKHEID. Alzoo ook Christus. 1

Christus

Cor. 12

:

12.

God en mensch.

Goddelijk en menschelijk is dus elke de oorsprong, de kracht en de bewerker is. daden zijn nu ook de Sacramenten te rangschikken, wijl ze alleen daardoor en in zoover gelden, als de daad der gemeente bij de Sacramentsbediening volkomen met de daad van den verhoogden Heiland samenvalt, in al haar lengte en breedte daardoor gedekt is

waarvan Onder die

daad,

de

Christus

'

wordt en zich daarmee volkomen vereenzelvigt. Dit is natuurlijk volstrekt onverklaarbaar voor hem, die het oog mist om de heilige verborgenheid te ontdekken, die in de gemeenschap van Jezus met zijn Gemeente ligt. Zelfs de geloovige, die wel een persoonlijke gemeenschap van het eigen hart met den Christus kent, maar zelfs van verre niet bevroedt, dat er buiten deze persoonlijke vereeniging met den Heer nog een andere, veel inniger band tusschen den Middelaar en zijn Gemeente bestaat, mist nog de vatbaarheid om dit hoogheerlijk karakter der Sacramenten te doorzien. Intusschen dit zal, met de Schrift in de hand, ieder toegeven: op het gewijde blad wordt zulk een verborgen gemeenschap van het Hoofd met het Lichaam ontwijfelbaar betuigd. Er is in de Evangeliën, zoowel als in de Zendbrieven en in de Apocalyps van Joannes, zeer zeker sprake van een persoonlijke betrekking, waarin de enkele geloovige tot zijn Heiland staat, maar met nog oneindig sterker klem en nadruk wordt de betrekking besproken, waarin de gezamenlijke Gemeente der Geloovigen zich tegenover haar Hoofd en Heere bevindt. Paulus zelf wijst er ons op, dat deze gemeenschap een verborgenheid is, door den band des huwelijks nog het duidelijkst weer te geven. Hij noemt de gemeente „de vervulling" van dien Christus, „die alles in allen vervult." Hij beschouwt ze als een „plante," die als een bewerktuigd geheel op eenzelfden wortel groeit, en betuigt ons, dat, gelijk het menschelijk lichaam geheel geleid en geregeerd wordt door het hoofd, dat het als zijn kroon draagt, zoo ook de „Gemeente," als het mystieke Lichaam van Christus, geheel opgaat in haar heerlijk Hoofd. Dit denkbeeld nu, dat de daad van de gemeente in Christus en de daarmee samenvallende daad van Christus in de Gemeente, zoozeer ééne enkele daad is, dat de Sacramentsbediening in der daad als een werking van Christus te beschouwen zij, meenden we niet beter te kunnen staven, dan door een beroep op 1 Cor. 12 12, wijl Paulus :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's