De leer der Verbonden - pagina 163
153
met heel ons mensclielijk leven gesteld; zonder gestadigen toevan voeding wegkwijnend; alleen door dien gestadigen arbeid op zijn eens gewonnen hoogte te houden; en verder gebracht alleen door nieuwe krachtsinspanning. Dat ging dus alles buiten den Christus om. In zulk een bedeeling, bij zulk een toestand, onder zulk een verhouding zou de Christus hoogstens een voorbeeld hebben kunnen zijn, ons ter besturing en ter aanmoediging. D. w. z. de Christus zou hoogstens voor ons hebben kunnen zijn, wat de ongeloovigen ook thans weer van den Christus maken: een die het ons wordeed, opdat wij het hem na zouden doen; maar zonder dat we persoonlijk met dien Christus in eenige levensgemeenschap stonden; hij in ons inleefde of wij leefden in hem. Voeg er bij, zonder dat die Christus u eenigen troost of eenige zaligheid zou hebben kunnen aanbrengen; want het einde van den weg zou dan geweest zijn uw roem ^ een „Waarvoor zou ik u danken gij kwaamt er zeggen tot uw Heiland en ik kwam er; mijn werk heeft even deugdelijke waardij als het uwe; na gewerkt te hebben, kan ik naar recht en billijkheden vragen om loon." Om loon, natuurlijk, niet met de zondige bijbedoeling, waarmee hij, die nu niet gelooft, maar werkt, thans tot God denkt te komen. In onzondigen toestand zou dat uit den aard der zaak niet kunnen. Maar, en dat is het eenige waarop het hier aankomt, dan toch zonder verplichting aan den Christus, een heil vragend dat men zelf verworven had; hoogstens door een prikkelend en bemoedigend voorbeeld aan den Christus verbonden. Dit komt er dus kort en goed op neer, dat er in het Werkverbond geen Christus was noch denkbaar is. Want immers een Christus, die alleen de rol van voorganger zou vervullen, is de Christus niet. Een heid,
voer
:
Christus
En
is
;
ons volstrekt ondenkbaar, tenzij heel ons leven in het dan ook.
Onder het Werkveihond.
hem
zij.
geen Middelaar. De Middelaar verkrijgt zijn koninklijke plaats en alomvattende beteekenis eerst in het VerlDond der genade. zoo
is
is
er
Want let nu wel op, in dat Verbond der genade is alles juist omgekeerd als onder het Verbond der werken. Het Verbond der werken begint te rekenen met menschen in den staat der rechtheid, die rein en gaaf en met ingeboren gerechtigheid uit de hand van den Schepper zijn voortgekomen, terwijl het Verbond der genade aanvangt met goddeloozen die onder doem en dood verloren zijn; onbekwaam tot eenig goed; geneigd tot alle kwaad; hatende en malkanderen hatende. Onder het Verbond der werken is de Wet een middel tot opbouterwijl wing, dat den mensch ophoudt, verder brengt en heiligt; onder het genadcYerhond diezelfde Wet de zonde prikkelt, den dood
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's