Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 31

3 minuten leestijd

21 V.

HET VERBONDSLEVEN EN GODS RAAD. De arke tempel.

„Eaad"

zijns

Verbonds is gezien in Openb. 11 19.

zijn

:

op zich zelf kan ons menschen noch troosten noch eenvoudige reden, dat die „raad" voor ons „een gesloten boek" is, en geen troost noch bezieling echt kan zijn, die geheel drijft op het onzekere en onbekende. Wel biedt het ons natuurlijk een steun in het leven, dat we weten, hoe alle dingen naar Gods bestel gaan en dat zonder zijn toelaten geen haar van ons hoofd kan gekrenkt worden, maar dat algemeene Godsbest^el, als grond van zijn Godsbestuur, is gansch iets anders dan wat we zijn „raad" noemen. Die „raad" heeft in zeer bijzonderen zin betrekking op hetgeen er geestelijk en eeuwig met de zondaren geschieden zal. En al stemmen we volmondig toe, dat tot die geestelijke uitkomst óók de aardsche lotgevallen mee kunnen werken, en in Gods hand alles instrument wordt voor hooger doel; toch dient het „bestel" Gods en zijn „raad" duidelijk onderscheiden te worden. De „raad" Gods is een raad tot behoudenis van zondaren. En nu ligt er zeer zeker, ook reeds op zichzelf een lieflijke gedachte in, om te weten, dat er zulk een „raad ter behoudenis" bestaat, en te mogen hooren, „dat er alzoo bij den Heere onzen God gedachten van lankmoedigheid en gedachten des vredes waren", maar zonder meer hebben wij daar niets aan. En indien God Drieëenig niets anders en niets meer had gedaan, dan „dien eeuwigen raadslag" in zich zelven voornemen, zou onze ziel troosteloos voort kunnen weenen, tot eindelijk óf de eeuwige morgen óf de eeuwige nacht zich ontsloot achter de poorten des grafs. Want, let er op, zelfs die oppervlakkige lieflijkheid om te weten dat er „een raad ter behoudenis" bestaat en door God bij zich zelven is voorgenomen, zou door geen menschenhart ooit zijn ingedronken, indien er niets dan die „raad" bestond. Eeeds hiertoe immers is er eene openbaring van dien „raad" noodig; de bekendmaking aan den mensch, dat die „raad" bestaat. En in zooverre ook die prediking van het Evangelie wel terdege tot het „verbond" behoort, mag en moet zelfs in den gestrengsten zin beleden worden, dat een „raad" Gods zonder meer, ons volstrekt niets zou nutten. Maar ook al gaven we voor een oogenblik toe, dat die „raad" niet slechts bestond, maar dat dan nu de mensch, óók buiten het verbond om, met het bestaan van dien „raad" bekend ware g-emaakt.

Gods

bezielen,

om

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's