Practijk der godzaligheid - pagina 224
;
216 Neen, ge moet inzien, niet slechts erkennen, maar uit onverdeelde overtuiging onvoorwaardelijk belijden „Tegen al dat kruis mijns levens tegen dat kruis van eiken dag vooral tegen dat nooit aflegbaar kruis van de doornen in mijn eigen vleesch en geest; tegen dat alles in, in dien diepen door Jezus gewilden zin, lijdzaam te zijn en te blijven, neen, Heere, dat kan uw arme knecht niet! Wie, uit zondaren geboren, is tot zulk een reuzen moed bekwaam? Immers, als ge dat dan oprechtelij k meent, het alzoo waarachtig in uw ziel staat, dan zal juist dat niet kunnen door het gebed een wel kunnen worden; want wie zich zóó machteloos gevoelt, die gaat vanzelf bij den Machtige schuilen, en bij dien Machtige heeft nooit iemand heul bij 't „kruis** gezocht, of als vrucht van Jezus' kruis is de lijdzaamheid hem geschonken. Dan wordt ge, worstelend en toch het hoofd opstekend, lijdzaam bij èlle kruis. Lijdzaam reeds daardoor, dat ge het zelf opneemt en, hoe er ook met heel uw natuur tegen indruischend, ge weet zelf niet hoe, het toch gewillig op uw schouder legt. Lijdzaam, doordien ge het op dien schouder rustig, onder het voortgaan op uw pad, liggen laat, hoe uw eigen vleesch ook fluistert: „Werp het af!" en de lieden om u roepen: „Ge zult bezwijken!" en de duivel uit de diepte schatert: „Ge kunt niet meer !" Lijdzaam, doordien ge, na aldus uw diepe smart eerst lange dagen in de ziel doorworsteld te hebben, er u eindelijk aan laat nagelen, er op blijft, al sarren ze: „Indien ge nu een verloste Christi zijt, kom af!" Ja, lijdzaam doordien ge dan, aldus gefolterd en uitgeput, als ge niet meer kunt en de duisternis over uw Golgotha trekt, tot aan het dooden, tot aan het sterven toe durft komen, onder alles, ook al moet het in het graf gaan, niet op u zei ven steunend, maar op uw Heere. En hierin schittert dan uw lijdzaamheid, dat ge onder en bij dit alles het geloof vasthoudt, of wilt ge, u laat houden door uw geloof, en door dat geloof, hoe de weg ook kronkelen mocht, toch aan het eind weer bevonden wordt te wandelen in het spoor van Gods geboden. Lijdzaamheid onderstelt de worsteling van een dappere. Een dapper edelman noemde men eertijds een vroom ridder, en vroom mag ook een Christen dan slechts heelen, indien hij dapperlij k en met onbezweken volharding volstandiglijk de strijden Gods in en tegen zijn :
;
—
ziel uitstrijdt.
Reeds dit wijst er op, dat het in zijn leven wel allerminst zonder bezwijken en onderliggen toegaat. Integendeel, bij meenens worstelen, en geloof het toch, ja, dat doet Satan, dan gaat het niet zonder inbuigen en neergedrukt en ter aarde geworpen worden, maar blinkt daarin het meest de heldennatuur en de onversaagde dapperheid, dat men, hoe dikwijls ook ten onder gebracht en hoe lang ook soms door de sterke hand van den geweldige ondergehouden, toch zich weer weet op te buigen en, hoe mat ook en uitgeput, niet aflaat, eer de aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's