Honig uit den rotssteen - pagina 122
; :
.
na
108
en dan eerst vindt dat „bezoeken van en zijn eiudbesluit, als ook gij meegaat met Hem, naar dat Huis daarboven, Maar alle „bezoeken" van uw God wegvalt in een eeuwig samenzijn en samenleven. Niet Hij meer bij u vernachtend, maar gij ingekeerd bij Hem. Geest
uw God"
Bij
God
elk bezoeken terus;,
zijn rust
Hem,
Want
in zijn heerlijk paleis, of in zijn ontzettende hel.
Omdat
omdat Hij de Heilige is; omdat Hij alle ding op het allerernstigst neemt meent wat Hij sprak en uitvoert wat Hij gedreigd heeft. Die plaats, waarvan de liefdevolle Jezus sprak „die buitenste duisternis, alwaar weening zijn zal en heeft
óók een
hel.
Hij
God,
;
:
knersing der tanden." En uit dien hoofde, lezer, bidde ik u, dat élk sterfbed u zegge „Hier is God de Heere geweest!"; dat elke doodsstrijd u toeroepe „Hier is Gods heilig doen aanschouwd!" en dat élk graf, dat weer gedolven wordt, het u toeroepe: „We hooren hier niet. We hooren waar God de Heere is. In het eeuwige, daar en daarin alleen ligt ons eigenlijk aanzijn, ons bestaansdoel, de oorzaak waarom de schoot onzer moeder ons uitwierp, nadat de Almachtige ons in het verborgene had gewrocht." Totdat ik hem hezoeke Daar komt het dus ook met u aan toe. Dat oogenblik gaat ge tegemoet. Daar is elk „bezoeken" Gods nu reeds een voorbo van. o, Als het er eens aan toe komt, moge het dan een „bezoeken Gods" in heiligen vrede zijn. Voor u een afreizen, )net naar die „buitenste duisternis", maar naar het „eeuwige licht!" '
XXXIX. ll>cn
11
CU
LMi
niet Ijct aangcsicljt.
Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht, hoewel ik hen leerde. Jerem. 32 33. :
U den nek toe te keeren, is de aard van een dier. Een dier heeft wel oogen en een bek en een neus, maar geen aaiH/ezieht. Een „aangezicht te hebben" is het heilig privilegie van den mensch. Een aangezicht, waarin de persoon naar buiten treedt, waarop de ziel zich afspiegelt, waarin de mensch zich aan zijn naaste ontdekt. God de Heere nu schiep den mensch naar zijn beeld niet (/Is een der dieren; maar iets anders dan een dier; om er voor zijn lof en voor zijn eer iets van te hebben wat geen dier Hem geven kon, ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's