Practijk der godzaligheid - pagina 108
100
En zoo komen we nu dan toe aan de vraag de krenking, die ons 'tzij in onzen persoon, belangen door menschen wordt aangedaan?
t.
:
Wat
'tzij
te
doen tegen
in onze heiligste
En dan beginnen we terstond met het schrikkelijkste en ontzettendste, w. met den oorlog, om daardoor tevens terstond te doen uitkomen,
oudsher de eigenlijke lieden der lijdelijkheid zijn, namelijk maar juist de door alle gereformeerden zoo beslist bestreden „Wederdoopers". Yan den aanvang der Reformatie af zat die doopersche lijdelijkheid een deel van ons HoUandsehe volk in het bloed, evenals een ander deel door alle eeuwen in den antinomiaanschen gruwel van het Hattemisme vervalt. Ge kunt daartegen ijveren wat ge wilt, maar het baat u niets. Er bestaat eenmaal blijkbaar in onzen volksaard, althans in sommige deelen van ons land, zekere voorbeschiktheid om óf in „doopersche" lijdelijkheid of in antinomiaansch Hattemisme te verloopen. Dat is niet nu pas zoo, nu de kerk krukt en krank is, maar dat greep evengoed plaats, toen in de dagen van Pontiaan van Hattem de kerk kloek en kras stond. Voor een tijd kunt ge die droeve verschijnselen onderdrukken, maar, als het een tijdje geduurd heeft komen ze toch weer boven. Ook in Engeland en Schotland (veel minder in Duitschland en Frankrijk) heeft zulk een ongezonde, kranke neiging steeds bestaan. Dat maakt de zonde. De zonde in dien bepaalden vorm waarin ze zich bij zulk een landaard uit. En wel juist dan uit, wanneer te midden van zulk een zondige praedispositie het ware, klare, volle Evangelie gepredikt wordt. Want wel is zulk een verschijnsel algemeen en had zelfs Paulus de heilige apostel des Heeren er reeds mede te kampen, maar toch zóó vastgezet, onder zoo onverwrikbare en onverzetbare gestarnten, als in Engeland en ten onzent,
wie
van
volstrekt niet de gereformeerden,
vertoonde het zich elders toch bijna nooit. Bestrijding van dit „doopersch" en „antinomiaansch" dolen is alzoo plicht maar te leur gesteld zult ge uitkomen, indien ge u inbeeldt ;
het
met een
enkele
predicatie
er
te
zullen uitslaan.
Daarvoor
zit
om den
is de onkruidwortel, die geslingerd zit genade. En nu zullen daarom de meesten u beletten er dien onkruidwortel uit te rukken, omdat ze vreezen, dat ge tegelijk er ook den diepen genadewortel mee uit zoudt trekken. Alleen zeer voorzichtig beleid belooft hier dus baat. Merkt de verslingerde dat gij om den diepen genadewortel u niet bekreunt, dan kunt ziel, ge ganschelijk niets beginnen en slaat ze van zich af. En alleen dan, wanneer het gevoeld wordt, dat ge voor den diepsten genadewortel minstens evenveel voelt, kunt ge mischien een enkel maal door
het veel te diep.
wortel
van de
Het
volle
Heeren gunst zulk een ziel bevrijden. Daar zitten dan ook de redenen in, waarom de halve orthodoxie, die steeds zoo bitter over „ziekelijke verschijnselen in de gemeente" 's
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's