Heils termen - pagina 269
259 die er in het bloed des Lams is, vloeit u tegelijk met uw zelfveroordeeling toe. Ge dorst niet weer menscli worden, wanend dat het u den dood der zonde zou brengen, en zie, juist het omgekeerde giffenis,
werd u van God geschonken. Als „mensch," als „nieuw schepsel," als „wedergeborene" vondt ge uzelven terug en de jubel des hemels klonk u in de ooren: „Gij zijt gewasschen, gij zijt gereinigd, gij zijt gerechtvaardigd door den Naam van den Heere Jezus en door den !" Geest onzes Gods Ziedaar de eerste vernedering! Maar kan het daarbij blijven? Weest navolgers van Christus en ziet. Hij heeft ook na de zelfvernietiging, nog eens zichzelven vernederd, toen Hij op Thabor's bergkruin „het kruis opnam" en, de heerlijkheid afwijzend, den uitgang te Jeruzalem !
koos.
Welnu, ook tot die tweede vernedering wordt de Christen na zijn bekeering geroepen. Hij is een Godskind, een kind des Koninkrijks en der Opstanding, een verloste van zijn Heere; maar immers dan moet ook aanstonds de heerlijkheid zijn deel worden? Hij is gerechtvaardigd, waar dan is zijn kroon? Hij is verlost, waar dan is het gewaad der eere, dat hem om de schouderen moet zweven ? Hij is geheiligd, waar dan is de glans vol majesteit, die moet stralen uit zijn blik? Die vraag is niet ^overspannen. Yan rechtswege komt den kinderen des Koninkrijks deze hoogheerlijke glorie toe. Er zou aan de volkomenheid van hun begenadiging iets ontbreken, zoo die heerlijkheid hun van rechtswege kon worden ontzegd. Men denke aan Jobs klaagzangen, en zoo het Joanneïsch woord: „Die uit God geboren is, zondigt niet" nog zijn geldende kracht behoudt, zal men zien, hoeveel sterker nog dan Job dat protest tegen het uitblijven der heerlijkheid den kinderen Gods mo.et gegund worden. En toch ... de Heere werpt hun een kruis voor de voeten, en roept: „Wie achter Mij wil komen, neme dat kruis op." Hij doet bij de zijnen, wat Mozes en Elia bij Hemzelven deden Hij spreekt hun van „een uitgang te Jeruzalem." Dat te willen, met het recht op de heerlijkheid en het kindschap, toch die heerlijkheid niet slechts te derven, maar af te wijzen, en te grijpen naar de smart, willig de hand uit te strekken naar het lijden, en waar men zich een Koningskind weet, uit vrijen aandrang nu zelf met het slavenkleed zich te omgorden, kortom, zich te vernederen^ na kind van God geworden te zijn, ziedaar wat de navolging van Thabor voor den Christen moet zijn, en het zal zijn, mits hij het doe uit hetzelfde beginsel, waaruit de Heerê het voor ons deed Hij uit :
:
liefde
voor de zijnen, de zijnen uit liefde voor
Hem!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's