Heils termen - pagina 241
331 eindpaal bereikt, en liet oogenblik is gekomen, waarop Hij, zonder de smarten des doods te smaken, in de heerlijkheid des eeuwigen tabernakels zal overgaan. Ware er geen ambtelijke middelaarsroeping geweest, die Hem tot een anderen uitgang riep, de Heere zou Thabors bergkruin nooit meer zijn afgestegen, Hij zou van Thabor ten hemel zijn gevaren en voor het oog van zijn drietal geliefde jongeren de gewesten der zaligheid zijn tegengegaan. Zoo opgevat verkrijgt de verheerlijking op zichzelve reeds dat noodwendig karakter, waardoor ze een onmisbare schakel blijkt in het leven onzes Heeren. üit dat oogpunt bezien, is juist de verheerlijking op den berg het groote waardoor Jezus' leven de volkomen bevestiging wordt van wat feit, de paradijs-geschiedenis omtrent den oorsprong des doods openbaart. En vraagt men, of dan ook in dat „veranderd worden" een eigen daad van Christus te eeren zij, dan verwijzen we naar wat Lukas er zoo met nadruk bijvoegt: „Hij klom op den berg om te bidden, en als Hij bad, werd Hij veranderd." Yooral in verband met de anders zoo raadselachtige verklaring, ons door Joannes van Jezus' „Ik heb macht het leven af te leggen en eigen lippen opgeteekend macht het wederom aan te nemen, niemand neemt het van Mij. Dit gebod heb ik van mijnen Yader ontvangen," moet dus ook in het „veranderd worden" zelf een machtige openbaring van de innerlijke heerlijkheid des geestes gezien worden, waartoe de Heere, in het gebed met den Yader vereend, door de verborgen mogendheid zijner eigen persoonlijkheid uitbrak. Het tweede tafereel is nog meer dan het eerste door verkeerde verklaring verduisterd. Terwijl Jezus, zoo lezen we, in zijn verheerlijkte gestalte daar aanbiddend op Thabors bergkruin lag nedergeknield, openbaarden zich voor het oog der jongeren twee andere gestalten met Hem, die daar al spoedig door het drietal als Mozes en Elia herkend werden en met Hem spraken van zijnen uitgang, dien Hij volbrengen moest te Jeruzalem. Die bijeenvoeging van „Mozes en Elia" heeft ter kwader ure tot het denkbeeld geleid, dat met Mozes de wet, met Elia de profetie werd voorgesteld, en dat beider samenvoeging met den Christus een soort zinnebeeldige verklaring van het woord uit de bergrede zijn moest: „Ik ben niet gekomen om de wet en de profeten te ontbinden, maar om die te vervullen." :
Men dacht zich dan wet en profetie als in Mozes' en Elia's persoon voor den Heere verschijnend, om den scepter hunner heerschappij neer te leggen aan de voeten van Hem, in wien èn wet èn profetie haar vervulling vond, terwijl het „Hoort Hem !" dat straks door de stemme Gods werd uitgeroepen, dan onwillekeurig in de tegenstelling werd opgevat: „Hoort niet Mozes, niet Elia, jaat wet noch profetie u ten gids en geleidsman wezen, maar hoort Hem!" Men behoeft dit slechts in deze tegenstelling neer te schrijven, om aanstonds den geest te gissen, waaruit deze opvatting voortkwam. Ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's