Het heil in ons - pagina 222
212 ontleden wat liefde is. Het oneindige is zijn element, het eeuwige heirweg, zijn wereld is waar zijn God is; een wandel boven in de hemelen. Dit diepste leven van 's menschen natuur is het eenige, waarbij hij mensch in hoogeren zin wordt. Met de natuur kan hij zijn verhouding regelen, zonder boven de heerschappij van dierlijke drift uit te komen. Evenzoo kan hij op zedelijk terrein zijn verhouding regelen tot zijn medemenschen, in gezin en maatschappij en Staat, zonder tot den eeuwigen grond van zijn bestaan door te dringen. Eerst door zijn persoonlijke verhouding met God opent zich voor hem de wereld der oneindige dingen, zijn eeuwig aanzijn, de hoogste trap van gelukzaligheid, waarop zijn wezen als mensch is aangelegd. Nu kan echter de natuurlijke Godskennis bij den zondaar niet verder komen, dan tot het uitspreken en erkennen van den eisch, dat zulk een persoonlijke omgang met God voor hem bestaan moet en onmisbaar is om de eeuwige onvergankelijke krachten van het menschelijk wezen in hem te doen werken. Maar dien persoonlijken omgang in het leven roepen, tot die verborgen gemeenschap doordringen kan hij niet. Dit brengt hem voor drieërlei keus. Balsturig kan hij zich keeren tegen dien hemel, die voor hem gesloten is, en zijn hart doen opgaan in het zichtbare. Hoogmoedig kan hij achter het zedelijke leven een slagboom doen vallen, en allen godsdienst afsnijden. Of ook, hij kan overmoedig zich diets maken, dat het gebrek door hemzelf is aan te vullen, en dusdoende vervallen in zijn
afgoderij.
Het eerste deed en doet nog de zinlijke mensch, die in het streelen van zijn zinlijke neigingen, in zelfzucht, brooddronkenheid, wellust en genotzucht opgaat. Het tweede deed en doet nog de man en vrouw, die, den eernaam van ordelijk, beschaafd en fatsoenlijk mensch het hoogste stellend, ter wereld niet weten, wat hun nog ontbreken zou, en zich 't zij onverschillig van allen godsdienst afkeeren, 't zij vijandig hem bestrijden. Het derde deed en doet nog de mensch die een natuurlijk element van geestdrift en dweepzucht in zich heeft en wil noch kan toegeven, dat het hem onmogelijk zou zijn, ook dien innerlijken eisch van zijn gemoedsleven te bevredigen. Er is niets nieuws onder de zon. De vormen mogen w^isselen, maar de grondtrekken van 's menschen levensuiting blijven één. In vroeger en later eeuw vond men den zinlij ken trek het sterkst sprekend op den leeftijd van 18 tot 30 jaren en bij menschen van sanguinisch temperament. Men leefde in Babel en te Athene gelijk men thans in Berlijn en Parijs leeft. Zingenot was het doel van het leven.
evénzoo vindt men den Stoïcijn van vroeger eeuwen thans terug den eigengerechtigen mensch, die een reputatie te verliezen heeft.
En in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's