Practijk der godzaligheid - pagina 118
110 wrichten, alsof de nu zoo hoog geloofde j^olitiekschuwheid ooit in de bedoeling onzer gereformeerde vaderen had gelegen.
Dat ook
nu
gevoelen omhelzen en dus tevens het daartegen heeft intusschen zijn oorzaak niet daarin, dat we blindelings de vaderen volgen, maar komt integendeel voort uit de diep ingewortelde overtuiging, dat de vaderen te dezen opzichte naar den eisch van het Woord handelden terwijl omgekeerd de „lijdeden wil van dat Woord miskenden. Gelijk de uitlij kheidsdrij vers" komst dan ook getoond heeft, dat in alle landen van Europa de dooperschen onder zijn gegaan, terwijl omgekeerd de gereformeerden met doorzettendheid en verbazingwekkende ontplooiing van veerkracht aan hun beginselen ingang schonken in het leven van gansche natiën en volkeren. Immers dat de dooperschen allerwegen het aflegden mag volstrekt niet verklaard als een gevolg van hun ongelijk. Elk goed belijder van het Woord geeft minstens evenzeer en zelfs veel sterker ongelijk nog aan de Koomschen; en toch de Roomschen zijn alles behalve ondergegaan, maar wiessen weer op met nieuwe groeikracht. Zelfs de goddeloozen, die God en zijn Woord ganschelijk verwerpen, zijn uitgebroken in menigte en geworden tot een gansch machtig heir. Het is dus volstrekt niet waar, dat zij die de w^aarheid op hun kant hebben, daarom altoos triomfeeren. Eer triomfeeren ze bijna nooit. Ze liggen telkens onder en de leugen komt boven op. Omdat de dooperij derwijs schriklijk verliep, kon ze dus nog zeer wel de waarheid aan haar zij hebben gehad. Haar uittering is op zichzelf geen bewijs tegen haar. Maar dit, dit blijkt dan toch uit haar wegslinking, dat een groep of kring, welke ook, die, in lijdelijk nietsdoen en stilzitten, zich onttrekt aan de algemeene levensbeweging, zich afscheurt van het nationale leven, en waant dat de Heere haar wel door een wonder van den hemel zal uitredden, bitterlijk in haar valsche verwachting wordt te leur gesteld. Neen, zulke wonderen van den hemel, als toen de engel Sanheribs leger sloeg, hooren wel thuis in de dagen der Openbaring, maar niet in die van de Vervulling. God de Heere kon dat wel doen, maar het belieft Hem niet. Zijn onnaspeurlijk bestel, dat wij te volgen hebben, heeft het anders wij
dit
overgestelde verwerpen,
;
gewild. 's
Heeren
wordt
elk
maar
schuilen,
thans gaan in en door menschen. Daarom opgeroepen, niet om in de binnenkamer weg te als een goed krijgsknecht Jesu Christi den strijd
werkingen Christen
om
des Heeren te strijden. En ... vergeet het niet .... ongehoorzaamheid
dit
Heeren
zich.
.
sleept
aan den ondergang van kerken en landen na
gebod des Er zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's