Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 254

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 254

3 minuten leestijd

240 en siddert als de sterke stieren van Basan aan komen rennen, en stom is, voor dien die het slaat, en stervend zucht naar den hemel! En daarin nu zitten twee wegen twee gansch verschillende twee heel andere; twee volstrekt uiteenloopende wegen. De weg der sterke stieren is, om al sterker te worden, al machtiger in goedheid, in vroomheid, in deugden, in vriendelijkheden, in geis,

;

;

rechtigheden, tot men ten laatste een soort halve engel is, en dus bij zijn sterven vanzelf naar die plaats gaat waar de engelen wonen. Maar de weg van het „Lam" is, om al zwakker, al armer, al onmachtiger in zichzelf te worden, en dan het woord te krijgen: „Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht!" mijn genade is u genoeg! Twee wegen alzoo, met tot uitkomst, dat de „sterke stieren van Basan" hoofd voor hoofd omkomen en ter helle varen; terwijl de lieden van het „Lam" ziel voor ziel o»^komen en den weg van Henoch en Elia vinden. Maar wat het allerminste gaat, is, half met de sterke stieren te loopen en het toch half met het Lam te willen houden. Dat zit er anders wel bij ons in. Zoo wil ons arglistig hart het wel. ook protiteeren van het Het „Lam" niet voor het hoofd stooten kruis en dus profijt van het zoenoft'er hebben maar .... als een afgedane zaak uit het verleden. Eens was ik zulk een zondaar, en eens w^as er zulk een Verlosser, en nu, die Verlosser hielp mij van dien zondaar af; en nu voorts, nu genezen, leef ik thans zonder den Medicijnmeester, weer gezond, weer frisch van kracht. Zie mijn hoornen maar Hoe ze weer uitgroeiden En dan ben ik zoo heilig en zoo vroom en zooveel beter dan die anderen, schier van geen zonde mij meer bewust. Wat ik dan nog gebruiken kan is wel een Inspirèerder van heiligheden, maar niet meer een Schulduitdelger, geen Eechtvoor wien ze zich als goddelcozen bekennen in vaardige meer, ;

;

;

!

hun

!

hart.

Zoo

prijst

men

aan.

het A'ondst

aan, en zoo prijst het sluwe hart het van geestelijke arglistigheid. Zoo weerspreekt

elkaar

zich

zelf

men

het kruis niet, en toch

Maar

er zijn

ook andere

blijft

zielen,

ik ik! isiet beter,

niet edeler, niet vromer.

Neen, dat niet, maar er is iets in hen gebeurd. Ze hebben pijn aan hun banden gekregen. Ze kunnen op den deugdenweg niet meer vooruit. Ze voelen zich zinken. Ze ontvallen met eiken dag meer aan zich zelf. Ze voelen zich als rentmeesters, die met een ledige kas voor al grooter tal van schuldeischers staan. Ze zijn weg! Zoo goddeloos en ellendig voelden ze zich. Niet omdat ze nu juist zulk een groot schelmstuk hadden begaan; och, neen, dat niet. Maar over wat ze vroeger niet zagen, ging nu een schril licht op. Toen haddon ze er geen gevoel van. Nu wel. Daarom schreit hun ziele zoo bitterlijk. Hun hart brak, en verslagen ligt hun geest in hen neer. En toen heeft de barmhartige Vader hun iets laten zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 254

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's