Heils termen - pagina 96
:
86 wie
Hij,
van
gelijk
Abraham,
gekend"
ze^geii kan:
„Want Ik heb hem
(Gen. XYIII 19). Dientengevolo^e valt de geheele Heilsopenbaring in een dubbele reeks uiteen. De eene wordt gevormd door de opeenvolgende Openbaringen van Gods raad in woorden; de andere door een onafgebroken Openbaring in heilsfeiten. Beide reeksen loopen naasteen, maar zóó, dat de openbaringen der eerste reeks die der andere steeds met één vooruit zijn, om dan weer in :
heur majesteit te verschijnen, waar de Openbaring der tweede reeks haar voltooiing nabij is. Intusschen, dit is niet al. Nog zou men de Woord-openbaring der Schrift in beteekenis verkleinen, zoo men waande, dat ze in deze profetische strekking geheel opging. We schreven daarom ditmaal boven ons artikel een hoogst opmerkelijk woord uit den eersten Brief van Petrus, dat, helderder dnn eenige andere uitspraak der Schrift, het juiste verband van woord en feit en wederom van feit en woord, in het licht stelt. W^at toch zegt de Apostel in dit diepzinnig woord? Hij spreekt van de „zaligheid," als van iets, dat niet geworden is, maar een eeuwig bestand in den Eeuwige heeft, als van een heilgoed, dat er reeds in de dagen der Profeten was. Allereerst wijst hij ons dus op het feit van Gods eeuwigen raad, waarin alle zaligheid haar oorsprong heeft.
Maar nu, ten tweede,
zegt hij ons, dat dit feit, eer het
kwam
op de aarde verwerkelijkt wierd, in woorden door de profeten is aangekondigd; een aankondiging, die uit geen gissen mag worden afgeleid, maar volstrekte Openbaring Gods was. Immers, het was „de en
Geest van Christus, die in hen beduidde en te voren betuigde beide het lijden en de heerlijkheid, die op Christus komen zou." Daarna is, ten derde, die zaligheid zelve gekomen, het heil verschenen, het woord is feit geworden, want, zoo gaat Petrus voort, het is een „genade, die aan u is geschied." Toch is ook hiermee de volle gang der Openbaring nog niet voleind, en eerst dan bereikt ze haar eindpaal, als nu bij het feit nogmaals het woord
is
gekomen
om
verklaren. Deze dingen toch, zoo gaat aangediend, door hen, „die u het Evangelie verkondigd hebben," en dat hiermede allerminst een gewone Evangelic-prediking, maar zeer zeker een Openbaring Gods bedoeld is, wordt boven allen twijfel verheven door de uitdrukkelijke bijvoeging: „door den Heiligen Geest, die van den hemel geis,
voort,
hij
zonden
zijn
het feit te
u
is."
We
hebben dus in opklimmende volgorde lo. Het Heilsfeit in Gods eeuwigen wezenheid en oorsprong. 2f>.
het
He
i 1 s
woord
in de
raad, aller
profetie, die het
heil,
dingen grond, eer het komt,
aankondigt. 3o.
het
het
Woord
Heilsteeken, bevordert.
dat
de
ontwikkeling van ons geloof aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's