De leer der Verbonden - pagina 107
97 drie
op
elkaar
volgende
ontwikkelingen,
men
die
het
makkelijkst
met de namen van Adam, Abraham en Mozes aanduidt. Maar zie, nu komt daar opeens de Wet van Sinaï dwars doorheen, en schijnt oppervlakkig, dezen geregelden gang van zoo prachtige harmonie volstrekt te verbreken. Want bedenk wel, de Mozaïsche bedeeling moet een periode zijn van het (rewacZeverbond (niet van het Verbond der werken); en toch, schijnbaar geheel in strijd hiermee ontvangen we nu door Mozes juist een M;e^sbedeeling, verbinden de Israëlieten zich tot wctsvolhrejiging, en komt erger nog apostel na apostel ons zeggen: „De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus geworden!*' „Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld!" „Zoo dan de wet
is
onze tuchtmeester geweest
tot Christus
!"
Er schijnen dus twee geheel verschillende voorstellingen door elkaar heen te loopen. De eene die het Genadeverbond reeds bij Adam begint en dus ook Mozes onder de getuigen van het (rê/mc/e; verbond meerekent. En de andere die bij Mozes het Werkverbond begint, en het Genade verbond eerst laat komen met Christus. Toch kan dit niet.
Aan een Heilige Schrift, die zichzelve derwijze tegensprak, zou onze ziel geen houvasl hebben. Daarmee viel voor ons haar autoriteit, en dus ook haar zonderlinge vertroosting. Maar ze bedoelt ditzelve dan ook volstrekt niet; maar leert wel terdege, al mishaagt dit ook aan de oppervlakkigen, dat deze verbonden en hun bedeelingen in elkander geschoven zijn en als de bladeren van een bloemknop zich uit elkaar loswikkelen. 22 op de besnijdenis De Heere zelf getuigt dit, waar hij Joh. 7 komt, en nu zegt: „De besnijdenis heeft u Mozes wel gegeven, maar niet zoo dat ze uit Mozes is, maar ze is uit de vaderen!" Een opmerkelijk woord, waardoor de Heere toch duidelijk te kennen geeft, dat de Mozaïsche verbondsbedeeling in den grond slechts een nadere ontwikkeling was van het verbond met de patriarchen. Vraagt men, hoe dit dan in elkaar zit, dan wagen we het, in navolging van en in aansluiting aan de leer onzer vaderen, het hier navolgende in overweging te geven: 1^. Het Sinaïtisch verbond kan geen werkverbond geweest zijn, om de eenvoudige reden, dat een werkverbond zegt: „Doe dat en gij zult leven! Zoo niet, dan zijt ge vervloekt!" Er kan dus in een :
werkverbond
geen sprake zijn van vergeving, verzoening, schuldbe-' dekking. Dus ook niet van een genade-aanbrengend Middelaar. En derhalve al evenmin van offerande en andere ceremoniën, die op de Staat het nu vast verzoening van zulk een Middelaar heenwijzen. en weet een ieder, dat de Mozaïsche bedeeling én de verzoening én de offerande én van de offerande den symbolischen zin, wel terdege predikte, dan staat heel de Tabernakeldienst daar voor ons, om in
—
V
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's