Practijk der godzaligheid - pagina 163
155
De gereformeerde kerken belijden op grond van Gods Woord het algenieene priesterschap der geloovigen: oordeelen mitsdien, dat een iegelijk lidmaat in Jezus' kerk een roeping heeft; en passen den naam van
„krijgsknecht Christi" volstrekt niet alleen op den voorganger, alle leden der kerk toe. Op voorgangers en leden heiden rust de verplichting om rusteloos den strijd voor God en tegen Satan in eigen huis en in het huis des Heeren
maar wel terdege op
te strijden.
Doen nu de voorgangers hun plicht en komen zij getrouwelijk hun roeping na, dan volgen de leden hen. Maar ook, wordt deze plicht door de voorgangers verzaakt, dan kan dit schromelijk en onverantwoordelijk plichtsverzuim der voorgangers in geenen deele de geloovigen van hun plicht ontheffen. Soldaten die in een hachelijk oogenblik, omdat hun aanvoerder afdroop, zelf de handen slap lieten hangen, zouden reeds voor een aardschen krijgsraad gevonnist worden met straffe des doods. „Tegenover den vijand nooit het zwaard in de scheede" is krijgsmanseer. Blijken dus de voorgangers nalatig; houden zij zich lijdelijk; en gaan zij de leden niet voor, om ze in den strijd te leiden; dan moeten de geloovigen wel eigener beweging optreden. Met slechts dat ze dit mogen, neen ze moeten dat zelfs, naar den onomstootelijken grondregel dat Eva*s zonde Adam niet vrijmaakt, d. w. z. naar het Schriftuurlijk grondbeginsel, dat anderer plichtsverzaking u nooit van ^\\G\iisbetrachting kan ontslaan. Dit is steeds én eenparig door alle vaderen in Christus aldus beleden én verklaard. Naast de gewone roeping hebben zij op grond van Gods Woord zelfs steeds de èm^ewgewone roeping gesteld, om de genade Gods te eeren, die, waar de officieele herders afdropen, dan toch zijn arme kudde van buitengewone leidslieden voorzag. En waar ambtelijke hoovaardij of collegiale zelfgenoegzaamheid, door nawerking van den Koomschen zuurdeesem, deze wondere genadeleiding zocht te weerstaan of te onderdrukken, hebben onze vaderen zich steeds op Pinehas beroepen, den privaten burger, die noch rechter noch overheid noch in eenig ambt was, en toch opvloog om een schriklijk vonnis des doods uit eigen volmacht te voltrekken (Num. 25 7). Want zoo loofden onze vaderen dezen ijveraar er staat niet slechts dat hij zulks deed en dat de plage ophield, maar de Heilige Geest verklaart ook wel terdege en nadrukkelijk, dat zijn èmYe^ambtelijk optreden „hem gerekend is ter gerechtigheid" (zie Ps 106 31). Natuurlijk niet, alsof hiermee élk optreden in schijnbaar gelijken
—
—
:
:
zin gewettigd was.
Nooit
is
dit gewettigd,
tenzij de
Maar nu, of de Geest drijft, maar alleen aan den persoon
zie,
Geest drijft. dat staat
nu
niet aan een ander,
zelf te beoordeelen.
Hij draagt er de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's