Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 213

2 minuten leestijd

205 het zoo heerlijke paradijs nog ongekend. Wel terdege moest wat men bezitten zou door eigen kracht verworven worden; zou de toewijzing van het heilgoed naar verdienste gaan en de kracht en de wil ter ;

verwerving maat en meetsnoer tevens zijn van „het deel des zaligen goeds" dat men gewon. Dit bracht met zich, dat niemand ooit eenig deel van dat goed bezitten zou, zonder dat tegelijk de evenredige kracht om het te behouden, in hem zelf aanwezig was. Immers in het werkverbond gaat de aanwezigheid van kracht aan het ontvangen van het leven vooraf. Niet toevallig, maar wijl, indien die kracht er niet eerst was, er ook geen verwerving en dus ook geen bezit van leven zou kunnen plaats hebben. Onderstelt ge dus voor een oogenblik het eigenlijk onstelbare, dat het geslacht der menschen zich niet tegen zijn God gekeerd, maar door volmaakte deugdsbetrachting zich aanspraak op het loon des levens verworven had, dan zou er van geen kant hoegenaamd een poging om hem dat leven weer te ontwringen, gewaagd zijn. Niet van den kant zijner medemenschen door verdrukking of haat, wijl alle menschen dan, uit den reine en rein, dat leven minnen zouden. Niet van den kant van zijn eigen hart, wijl de levensadem uit de diepte van zijn gemoed opkomend dan een volkomen zuiveren onbezoedelden geur zou geven. Ea evenmia van den kant van Satan, wijl deze bewerker van onze ellende elke deur om bij ons te komen, gesloten zou vinden; gesloten de deur van ods hart, waar heilige zin in wonen zou gesloten de deur van onzen medemensch, wijl uit den reine geen met nijd bezield geslacht had kunnen geteeld zijn; gesloten eindelijk ook de deur van de elementen der natuur, daar uit een aarde „zonder vloek" geen pest of ziekte kon voortkomen. Nu weten we wel, dat zulke bespiegeling over wat uit ons, had ons hart niet tegen God gekozen, zou geworden zijn, op zichzelf ijdel is en stuit ook ons elke voorstelliag, als ware de val onvoorzien en de raad der behoudenis eerst na den val bepaald, als miskenning van 's Heeren onmeêdeelbare eigenschappen, meer dan we zeggen kunnen, maar als tegenstelling, om den toestand „onder de tegen de borst, genade" in te zien, gaat toch het Woord zelf ons in die bespiegeling voor. En als zoodanig nu dient ook hier scherp op deze alles beheerschende tesrenstellino; grelet: onder het i<7erA: verbond éérst de kracht, daarna het goed, en voorts dat heilgoed onaangevochten terwijl juist omgekeerd onder het ^gwac^^verbond de gifte van het heilgoed vooropgaat, eerst daarna uit dat goed zelf zich de kracht ontwikkelt, maar tegelijk ook even sterke, zoo niet sterkere kracht, uit Satan, onder menschen, door ons eigen hart, om het eens geschonkene ons weer te ontrukken. Dit nu is niets anders dan het groote feit, „dat de Vader zijn Zoon inbrengt in de wereld" ^). ;

;

1)

Hebr.

I

:

6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's