Het heil in ons - pagina 47
37 toegelaten, gold eveneens het verband tiisschen de
Gemeente.
Vóórdat
het sacrament des
oude en de nieuwe
Doops
is toegediend verklaren de doopgetuigen, dat „deze kinderen in Christus geheiligd zijn en deswege behooren gedoopt te wezen," in volkomen overeenstemming met de Schrift, die ons openbaart, dat men niet tot de Gemeente behoort w^ijl men het sacrament ontving, maar op het sacrament recht heeft wijl men óf door geboorte óf door aanneming als geestelijk pleegkind van de zij der doopgetuigen, op de rolle der Gemeente
nog*
meetelt.
Geen wedergeboorte derhalve dan uit de Gemeente. Men versta ons wel. Te beweren, dat de persoonlijke wedergeboorte een daad zou zijn die de Gemeente in haar macht had, komt niet in ons op. De Gemeente is bij de w^edergeboorte nooit oorzaak, maar slechts
middel.
De
auteur
der
wedergeboorte
is
bij
eiken geloovige
opnieuw en in volstrekten zin de Heere zelf, de Springader des levens, de Bron van licht en troost, de zeer overvloedige Fontein aller goeden, van het beste goed wel allermeest. Hij is het, die de Gemeente gegebruikt als instrument. Zonder meer is de Gemeente van Christus volstrekt onmachtig ook maar aan een enkelen uitverkorene het geestelijk
daglicht
te
schenken.
Wie anders
leert
is
zelf verleid
en
verleidt anderen, betreedt door en door verderfelijke paden, wischt de
grenslijn tusschen leven en
dood
uit,
vernietigt het persoonlijk geloof,
dat zonder een onmiddellijk karakter en eeuwigen oorsprong ondenk-
den diepsten grond onzer God, maar in den mensch. Tegen zoo verregaande dwaling zij men op zijn hoede; wie ze leert zie toe hoe hij zijn verantwoordelijkheid voor God zal dragen; hij bedenke bovenal, hoe dit drijven van onchristelijke leer onder Christelijke vormen, velen tot volgen beweegt, die niet weten wat ze doen. Hoe desniettemin de wedergeboorte niet dan onder tusschenkomst der Gemeente plaats heeft, toont de Heilige Schrift ons op vierd erbaar
is,
zaligheid
heft de uitverkiezing op en zoekt
niet
in
lei wijs.
Vooreerst door de Gemeente als Moeder van de hinderen Gods voor te stellen. Calvijn leefde geheel in dit heerlijk denkbeeld, en schreef daarom in den aanhef van het vierde boek zijner Institutie: Wie de Gemeente van Christus niet tot Moeder heeft, kan God niet tot Vader hehh-n. Dit éene nu behoeft men slechts door te denken: God onze Vader, de Gemeente onze Moeder, en alle moeilijkheid valt weg. Gelijk men weet, is de sterkste uitspraak, die we desaangaande „Maar het in de Schrift vinden, het aangrijpend woord van Paulus Jeruzalem dat boven is, dat is vrij, onzer aller Moeder" (Gal 4 26.) Luther teekent bij dit uiterst gewichtig vers aan: „Het hemelsche Jeruzalem dat boven is, is niets anders dan de lieve Gemeente der Christenheid hier betieden op aarde, d. i. er is onder te verstaan het lichaam der geloovigen, die aan alle oord der wereld verstrooid zijn :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's