Dat de genade particulier is - pagina 18
om
Derhalve kan het niet anders, of we moeten zich in den dood heeft gegeven voor menschen uit alle eeuwen en alle natiën, en dat God wil dat alle dezen zalig worden" (Oecon. foed. II. YIII p. 237, 8). Yooris P. van Maastricht: „Alle Gereformeerden stemmen hierin overeen, dat er in den dood van Christus vanwege de oneindige waardigheid des Persoons een zoo groote waardij en prijs is, dat dezelve genoeg zou kunnen zijn, om alle menschen en een iegelijk in het bijzonder te behouden en te zaligen; doch dewijl noch de Yader noch de Zoon dien dood willen geschikt en verordend hebben, om alle menschen en een iegelijk in het bijzonder te verlossen, dat men daarom niet zou kunnen zeggen dat Christus voor allen en een iegelijken mensch gestorven zij." Die dat leeren zijn „de Pelagianen en Pelagiaanschgezinden, zoo velen er buiten de Hervormde kerk leeren dat Christus even gelijk voor allen gestorven zij, zoodat de toepassing van of de gemeenschap aan de weldadigheid van dezen dood hangen zou aan hun vrije wille" {BescJiouw. en pract. godgel II 744). Waaraan we ten slotte, om niet te ver van Dordt af te raken, dan nu nog dit korte woord uit J. van den Honert toevoegen: „De verdienste van Christus' dood en de daarop steunende genade Gods moet zich even ver uitstrekken als de koop, waardoor de Middelaar zijn eigendom gekocht heeft. Indien dus de verdienste van Christus' dood zich ook zou uitstrekken tot alle menschen, dan moesten nu ook alle menschen zijn eigendom zijn en diensvolgens erfgenamen des eeuwigen levens. Wat ongerijmd ware. Zoodat derhalve deze genade zich alleen kan uitstrekken tot de uitverkorenen" (De gratia univers. s. partic. p. 325). Even datzelfde nu ware in telkens andere woorden, evenzoo over te schrijven uit Pareus, in zijne aanteek. op I Joh. 3:2; uit Jac. Triyland, Antapologia 635a; uit Sam. Maresius, System. Theol. I l6. § 31; uit a Marck. Comp. Theol. Christ., XXIII § 7; of uit De Moor, Comm. in a Marck, IV. p. 449 ja, evenzoo uit Beza, ^nchius, Gomarus, Heidanus, Heidegger, Alstadt; Turretinus, Spanhemius, Pictet en zoovele anderen. Terwijl omgekeerd de universeele of algemeene genade eerst later en van buitenaf in de Gereformeerde kerken insloop, door de zonderlingheden van Crocius en Martini en Hildebrand te Bremen, en vooral van Amyrald en zijn Saumursche volgelingen, waaronder met name L. Capellus, Dallaeus en Blondel. betaling
wel
deed
belijden,
dat
niet.
Christus
;
Wil men daarentegen weten, waar deze leer van de algemeene genade wel thuis hoort, laat mij dan kortelij k zeggen, dat ze beleden wordt door Rome: „Ofschoon Christus voor allen gestorven is, zoo ontvangen toch zij alleen de vrucht van dien dood, aan wie de verdienste van dien dood meegedeeld wordt" (Can. conc. Trid. Sess. VI. c. 3). Door de Grieksche kerk: „Christus heeft het geheele men-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's