Nadere verklaring - pagina 21
19
nu
zou
wel niet
overtuigend
heel
zijn,
dat geef ik toe,
maar
wanneer het, gelijk men onderstelt, om een bewijsstuk a décharge doen ware geweest, dan had hij moeten zorgen, dat zelf te te hebben, maar niet, dat het kwam in handen van personen die juist hem naderhand in ongelegenheid zouden kunnen brengen. ik zal dat niet Bij het lezen van dat briefje, is ook bij mij de gedachte opgekomen: hoe is het mogelijk, dat ontkennen dr. Kuyper op het oogenblik dat hij zelf aan een mogelijk verband, wat tusschen de decoratie en het geven van het geld zou kunnen worden gebracht, toen althans niet gevoeld heeft, dat hij zich met die zaak van financieelen aard niet moest inlaten, en en dat hij liever mejuffrouw Westmeijer had moeten verwijzen naar den thesaurier der algemeene partijkas. Maar misschien
—
—
heeft
hij
van
ter versterking
zijn
eigen prestige
in
de
partij
dat
geld zelf willen ontvangen. elk geval
In
kan
uit
dat briefje nooit
worden
afgeleid, dat hij
zich een bewijs van décharge heeft willen aanschaffen.
Er zien,
is
hoegenaamd
van den het
dus, de zaak van alle kanten beschouwd, zoover ik kan niets
aangevoerd ten bewijze van de schuld
beklaagde
ten
aanzien van het eigenlijke
doen
een
feit
hier te
is,
dat,
feit
waarom
indien het gepleegd ware, een
blaam zou leggen op het karakter, zoo niet van dr. Kuyper persoonlijk, dan zeker op hem als staatsman. Wij hebben ons hier, waar het geldt de eer en den goeden naam van een man, te stellen op het strenge standpunt van den rechter, en mij daarop plaatsende zou ik verklaren, dat niet bewezen is datgene, wat hem is ten laste gelegd. Ik ga echter nog een stap verder en de conclusie waartoe ik kom, heb ik medegedeeld aan verscheidene mijner politieke vrienden, die daarmede instemmen. Tegenover de niets bewijzende feiten staat een plechtige verklaring van een man op zijn eer en consciëntie; wij hebben het recht niet het uitdrukkelijke plechtige woord van dien man te betwijfelen, te minder nog als men bedenkt, dat het een feit geldt, dat zou kunnen worden tegengesproken door nog levende getuigen. Daaraan zal geen man in de positie van dr. Kuyper zich blootstellen. Het is daarom ondenkbaar, dat dr. Kuyper gisteren een verklaring heeft afgelegd, die niet volkomen overeenstemt met de waarheid. Daarom, ook wanneer men hem persoonlijk anders zijn vertrouwen zou willen ontzeggen, wat ik niet doe, herhaal ik, dat ik na alles wel overwogen te hebben, niet alleen niet bewezen acht het hem ten laste gelegde feit, maar dat ik geloof, dat het feit
door hem niet
is
gepleegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's