Honig uit den rotssteen - pagina 25
!
!
!
11
ons die zijn Naam belijden geëischt wordt, dat is een afstand van geheel het ongerechtige wezen, niet slechts in zijn geurige sappen, maar ook nu even, aangrijpend en gespierd en zieldoordringend uitgedrukt: „van de kernen tot de basten toe!" van.
zij,
doen
„Van de kernen tot do basten toe!" gold van de vrijwillige gelofte van den Nazireër; type in Israël van één dier vele middelen en instrumenten tot godzaligheid, die aan 's Heeren volk bij zijn strijd tegen den duivel, de zonde en de wereld ten dienste staan. Zulk een Nazireër deed gelofte van geen wijn te zullen drinken voor een
tijd.
Maar nu listig
Hij
kon
het
hart
van dien Nazireër, evenals het onze, arg-
zijn.
kon den
Jezuiet
met
zijn eigen ziel
en met den Heere gaan
w. z. excepties op den regel opzoeken; zich met uitvluchten afgeven; en alzoo in schijn ja het genot van den wijnstok mijden, maar om achterbaks, om langs zijwegen, om ter sluiks, en onder vergoelijkende omstandigheden toch van den wijnstok te genieten, en desniettemin beweren, zuiver in zijn gelofte voor God te staan. En die zijpaden nu zijn het, die de Heilige Geest hier op het spelen, d
alleronverbiddelijkst afsnijdt.
Ook in de gelofte consequentie zijn.
voor
God moet
er
onbezweken, nooit feilende
En om dit na den Nazireër recht klaar en duidelijk, in woorden voor geen tweeërlei uitlegging vatbaar, allerondubbelzinnigst in de ziel te snijden, komt de Heilige Geest hem zeer nadrukkelijk verklaren, dat hij, met afstand te doen van den wijn, nu ook niet als de mug de kaars moet blijven vliegen, maar af heeft te zien van al wat wijnstok is, wijnstok heet of van den wijnstok komt, en onder geen vorm of naam, al die dagen, ooit met iets van den druiventros in aanraking mag komen, maar die verlokkelijke druif te mijden en te
om
vlieden heeft, zooals zij daar hangt; geheel en al; van binnen en van buiten, dat is van de kernen of pitten van binnen tot aan de haHeii of schellen toe Niet waar? daar spreekt- heilige energie, daar spreekt goddelijke wilskracht in Dat dringt tot op
merg en been door Dat is, weer onder anderen vorm, nog eens her ontzaglijke ook den rok^ die van het vleesch bevlekt is!"
Wie
En
wie bestaat nu voor dat woord ? de hand zal ophetlen en zeggen den bast beroerden mijn lippen!"
die
:
durft het aan ?
„Heere,
:
„Haten
Wie
is er,
noch de kern noch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's