Honig uit den rotssteen - pagina 94
80 op
rust
de te
van den eeuwigen Sabbat daarboven, én zelfs van Eeuwigen Gods, zich zoo gansch verkeerde denkbeelden
aarde, én
ruste des
vormen.
wordt dan „niets doen." In den hemel wordt het dan een eeuwenlang naast elkaar stil zitten zingen tot Gods lof. Ons denkbeeld, dat we ons van God den Heere maken, wordt dan in vollen zin het denkbeeld van een schier slapenden, bijna dooden God. En van onzen Borg en Middelaar gaat men zich dan inbeelden, dat hij aan 's A^ aders rechterhand, schier niets doende, nederzit, deels biddend, deels wachtend tot de dag van zijn wederkomst op de wolken Sabbatsrust
s;enaakt.
Dit alles nu wraakt en veroordeelt de Heere ten eenemale door aangrijpende uitspraak „Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook," daarmee kennelijk aanduidend, dat we dan eerst de „ruste Gods" en dus ook de „ruste der gczaligden" en derhalve ook de „Sabbatsrust" verstaan, indien we doorzien en begrijpen hoe die heilige ruste juist een verhoog de werkzaamheid van ons menschelijk wezen is, en dat eigenlijke werken kenschetst, w^aartoe wc als naar den beelde Gods geschapenen, krachtens oorsprong en aanleg, geroezijn
pen
:
zijn.
En
hoezeer dit nu ook onze gewone voorstelling omverwerpt, toch de waarheid van dit heerlijk woord Avel in te zien. Of merkt men niet reeds in dit aardsche leven, dat naarmate de mensch hooger staat en tot strenger krachtsinspanning geroepen is, de uitwendige arbeid al minder wordt naar gelang juist zijn werken meer omvattend is en uitputtend? Zie het maar eens aan een dier kolossale fabrieken, waarin men alle orders per telegraaf rondzendt, hoe daar alles zweet en zwoegt en slaaft en slooft en loopt en rent, op dien éénen enkelen persoon na die in de directiekamer van oogenLet maar blik tot oogenblik den klerk zijn bevelen laat rondzenden eens op den veldheer, die, terwijl alles op het slagveld dreunt en buldert, rustig op een heuveltop de legerorders aan zijn adjudanten Merk het maar eens aan dien scheepsgezagvoerder, die rustig uitdeelt op de loopplank op en neer wandelt, terwijl alles kookt en bruist in de machinekamer en klontert en ijvert in het want. Want immers, als ge nu vraagt: wie uitputtender werkt, de fabrieksdirecteur of zijn werklieden, die veldheer of zijn soldaat, die gezagvoerder of zijn schepelingen, dan gevoelt ieder toch, dat die drie eerstgenoemden, al schenen ze neder te zitten, te staan of te wandelen, niets doende dan wat om te zien en een enkel woord te spreken, dat toch, zeg ik, die drie de eigenlijke werkers waren, van wier geesteswerk al het werk der anderen slechts uitvloeisel was, en dus in veel hooger mate dan die arbeiders, die soldaten of die matrozen in den vollen, hoogis
!
!
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's