Het heil in ons - pagina 163
153 der
verzoening
eeuwen de
En daarom voor alle van God, dat staande voor het en aanbiddinge, aan het bloed
dat druipen zou van het altaar.
zielskreet
van
het
kind
kruis van Christus, eere geeft en prijs dat vergoten werd door het alleen vlekkeloos, onstrafl'elijk Lam.
„Wie kan zeyyev : Ik heb mijn hart ii('zuiüerd''f Ik ben rein 3o. vmi zonree?" (Spreuken 20 9). Nogmaals een zielsbetuiging van denzelfden Salomo, evenals het woord uit zijn Prediker en het woord uit zijn inwijdingsbede, door den Heiligen Geest gewaarmerkt. Voor wie nu op dit laatste merk ziet, is het eind van alle tegenrede hiermee gevonden. Maar ook afgezien daarvan, willen we toch gevraagd hebben, of er één ook maar onder deze Perfectisten is, die in diepgaande kennis van het menschelijk hart en in energie van levenswijsheid en in het doorzien van de paden der ziel, ook maar van verre zich meten durft met dezen wijze onder alle mannen van kennis en wetenschap, aan wiens lippen heel een werelddeel hing en nog heel de Christenheid hangt? En indien het nu vaststaat, dat Salomo onder allen zich het meest met de paden van het menschelijk :
bezig gehouden; vaststaat dat Salomo meer dan iemand deze vragen en twijfelingen van het menschenhart vertrouwd was; ja, vaststaat bovenal, dat zijn wijsheid niet van beneden, maar van boven, van den Vader der lichten was, moet het dan niet treffen, juist van zulk een vorst onder de wijzen en wijze onder de vorsten zulk een trits van stellige betuigingen te ontvangen? hart
heeft
met
al
4o. „ Wat is de mensch dat hij zuiver zou zijn ? en die geboren is van eene vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn ? Zie op zijn heiligen z<m Hij niet vertrouwen en de hemelen zijji niet zuiV' r in zijne oog en f' (Job 15 14, 15). Een woord van Elifas, maar naar luid der schoone uitspraak van Calvijn, daarom van niet te minder waarde, wijl de getuigenissen van Jobs vrienden wel terdege geïnspireerd waren en slechts verkeerd werden toegepast, door wie ze ontving. Let er dan ook op, dat noch Job, noch Elihu noch de Heere deze diepe grondgedachte weerspreekt, en heb er meer nog een oog voor, hoe hier het onzuiver blijven, het niet-zondeloos zijn, aan den staat zelf van den mensch in deze bedeeling wordt geweten. Omdat hij nu eenmaal „mensch," d. i. mensch in deze aardsche onttakeling is, kan zijn zuiverheid, kan zijn reinheid, kan zijn vlekkeloos zielsbeeld voor :
God
niet bestaan.
„Indien wij zeggen dat wij geen zonden hebben, zoo verleiden ons zelven en de waarheid is in ons niet" (1 Joh. 1 8). Nu in het Nieuwe Testament, gelijk ginds in het Oude A^erboud, hier op de lippen van den Godsman, altijd dezelfde belijdenis, zoo van bekeerden als onbekeerden, van beginnenden als van gevorderden geldend: „Zonder zonde zijn kunt ge op aarde niet! 6o. „ Want wij struikelen allen in vele" (Jacobus 3 2). Wij, dat is hier een apostel des Heeren, en de toegebrachten uit 5o.
wij
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's