Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 123

3 minuten leestijd

113 dus met elkander vermengd. Maar de Heere doet de ophouden. Hij is het die zijn Israël heiligen wil, en die daartoe het goede (d. i. hier zijn Israël) afscheidt en afzondert van den verstokten Farao en zijn godvergeten geslacht. Tusschen die beiden, den zondvloed en Israëls uitleiding, lag Abraham's roeping, waarnaar ons Doopformulier even opzettelijk verwijst, als de realizeering van het genade verbond. Ook nu nog is uitverkoren,

vermenging

aller vader, voor zoo velen we gelooven, gelijk hij de vader van Israël was in de dagen van Israëls bloei en glorie. En ook zijn roeping is immers niets dan een „heiligen" in geheel dezelfde beteekenis, „door een afzonderen en afscheiden van het goede," dat voor Gods aangezicht was, van het kwade waarin het lag vermengd. Zoo ook bij de Gemeente. Ze wordt afgescheiden en afgezonderd van de wereld, den Heere tot een erfdeel. Die afscheiding wegnemen feitelijk, voor zooveel van menschen afhangt, haar heiliging veris nietigen, mits men slechts in het oog houde, dat die afscheiding, niet als een verbreken der samenleving in eenzelfde wereld, maar ais afscheiding in de diepten des geestelijken levens is bedoeld. Wat is het goede, dat de Heere in Noach, Abraham en Israël afscheidt? Toch wel niet Noach zelf, of Abraham, of Israël? Alleen ter wille van hun geloof werden ze afgescheiden. Wat Avil dit zeggen ? Hun geloof was de wegwerping van zich zelven, om eenig en alleenlijk te leven uit de Messiasbelofte, die hun God hun geschonken had. Hieruit volgt dus dat het goede dat werd afgezonderd, wel in schijn de geloovige menschheid, maar feitelijk niets minder dan de Christus zelf was. De Christus is het eenige goede in deze zondige wereld, en alles gaat ten verderve of ten leven, is slecht of goed, naar gelang het aan dien Christus kleeft, of van Hem afgaat, met Hem verbonden

Abraham onzer

is,

of van

Hem

zich verwijdert.

geldt ook van de Gemeente. Niet om haar zelve wordt de Gemeente als het beter deel van de wereld afgescheiden, maar om uitsluitend, om alleen. Hij is in de den Christus, om

Dit

nu

Hem

Hem

wereld ingegaan. Zelfs nu nog, in ons vleesch verhoogd aan 's Yaders rechterhand, behoort Hij der menschheid toe, leeft Hij haar leven, is Hij met haar in onafgebroken gemeenschap, leeft en woont Hij in haar midden. In den diepsten zin is dus alleen de Christus geheiligd, maar, wijl Hij in die menschheid, niet afgescheiden van haar en op zich zelf leven blijft, doch zich uit haar een lichaam vormt, er uit de kinderen der menschen met zich vereenzelvigt, in zich opneemt zoo is wederom in en met en door en in zijn leven deelen doet, Hem dat deel der menschheid geheiligd, (d. i. van het zondig wereldleven afgescheiden,) dat met Hem tot eenzelfde plante samengroeit. Werden nu deze enkelen, elk op zich zelf, zonder weerkeerige aanraking of onderling verband, in zijn leven opgenomen, dan zouden natuurlijk uitsluitend diegenen geheiligd zijn, die Hij reeds weder-

8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's