Honig uit den rotssteen - pagina 227
213 doordringt tot het
nog
iti
onze
ziel,
is
een tweede vraag
;
maar ook
al
dreunt
toch kondigt het datzelfde Woord van
slechts tegen ons hart aan, toch is het er;
van oogenblik tot oogenblik aan; altijd den Koning op den troon der eere; dat Woord met macht; roepend dat ge afstaan zult van ongerechtigheid en u zult laten verzoenen met God. zich
dat Woord met zoo ontzettend te zijn. Het verplet. een steenrots te morzel. Het doodt. Want zie, het is een scherp tweesnijdend zwaard gelijk, dat insnijdt tot op het been, ja door het been tot in het merg, en vlijmt tot in de verborgen plek, waar ziel aan geest gehecht is. Niets staat er voor. Dat Woord van den profeet Christus werpt u om, dat ge neervalt, en, gevallen, neerligt, zonder weer op te kunnen. En juist daarom is die profeet Christus nu ook Christus de priestei'. De profeet doodt, verplet, verbrijzelt; maar de priester vindt den gewonde liggen en is als de barmhartige Samaritaan, die hem de wonde bet, olie er in drupt, zijn levensgeesten terugroept, en hem dan opheft en zet op zijn eigen beest en bezorgt in de herberg, een penning voor hem achterlatend.
Daarom begint
Het
slaat
De dan
priester C!hristus doet niet lijden,
voor
u,
ten
leste
om
u.
De
hart vol erbarmende teedere liefde.
maar
lijdt
zelf.
Eerst met u,
priester Christus is het goddelijke
Een
liefde die evenals het
Woord
merg in de
samenvoegselen van ziel en geest. Maar, om op dezelfde plek waar het Woord dood aanbracht, genezing en leven te veroorzaken. Alles ligt naakt en geopend voor hem, maar het priesterlijk oog zoekt de naakte wonde niet, om haar open te doordringt
tot
maar om
rijten,
veranderen en
De
het
priester
om
ze te
te
Christus aan,
hem omstrengelt hem maar raakt
verbinden,
zetten" in
vindt
om
het
warmen
koudvuur dat
den melaatsche
omarmt hem,
er in
is,
te
levensgloed.
drukt
en schuwt hem
niet,
hem
tegen zijn hart, ja, zoo geheel en al, tot zijn melaatschheid op hem overgaat en zijn gezonde levenskracht in den melaatsche indringt. Priester zijn dat is bij hem, die alleen eigenlijk priester, de eenige wezenlijke priester was, zóó lust te hebben in het lijden van het schepsel, dat hij het met hartstocht indrinkt, worstelt om het tot deu
drop toe op zich te laten aanloopen, en niet rusten kan eer goddelooze voorwerp van zijn erbarmen een heilig toonbeeld van
laatsten
het
Gods heerlijkheden wierd. Goddelijk, niet waar?
En nu
ge zoo zeggen, dat was toch onuitsprekelijk teeder dat doen wilde. Maar de Christus zelf, denkt er zoo niet over. Hij laat u door zijn apostel zeggen Neen, dat was niet mijn roem hij den Vader, maar omgekeerd een eere die ik van den Vader ontving.
zoudt
van Jezus, dat
hij
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's