Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 223

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 223

3 minuten leestijd

213 bewegen, eer er nog een zondeval was. Eenerzijds dus met Ezechiël: „Toen Ik u zag liggen op de vlakte des velds, riep Ik in uwen bloede: leef!" maar ook met den Psalmist beleden: „De dagen toen mijn leden geformeerd zouden worden, en nog geen derzelve was, waren deze dingen in uw boek geschreven" (Ps. 139 16). Voor Gods eeuwige aanschouwing is dus de Ontferming slechts een voorbijgaande phase zijner liefde, waardoor zijn welbehagen zich heenbeweegt. De opwaking zijner liefde uit de diepte van zijn Yaderhart is een genieten in heilige vergenoeging, een doen uitstroomen van zijn welgevallen, een verwekt worden van zijn welbehagen over het schepsel, waaraan Hij lust heeft, wijl het zijn schepsel is. In dit welbehagen zelf schuilt de kracht der liefde, die bij het lijden van zijn schepsel in Ontferming omslaat. Ook in deze Ontferming is slechts het welbehagen werkzaam, dat, zijn voorwerp missend, dit weer zocht, het wederbaarde, toen het in den dood ging, het herstelde uit zijn verbrijzeling, het weer bekleedde en rijk maakte, om het zichzelf weer als een gewenschte ruste voor zijn liefde, als een boeiend en aantrekkelijk voorwerp voor zijn welbehagen, als een vermaking en verlustiging, of, gelijk de Schrift zegt, als „een reine bruid zonder vlek of rimpel" voor oogen te stellen. Dat er een oplossing van dit schijnbaar tegenstrijdige is, spreekt van zelf; maar even stellig moet uitgesproken, dat uw oog het punt der lijn, waar die oplossing ligt, niet bereiken kan, wijl de hindernis van geheel het "feit der zonde u dit belet. Wat toch is die oplossing? Ligt ze in eenig subtiel gesponnen gedachtenweefsel ? Bezit ge haar, zoo ge uit de Heilige Schrift de stellige openbaring Gods voor u legt? Ervaart ge haar door eenzijdig óf voor de ergernis van uw geweten, óf voor de ergenis van uw denken het oog te sluiten? Maar immers, dan eerst is de oplossing gevonden, zoo ge met al de uitingen van uw geestelijk leven kunt indringen in dat ontzaglijk levensmoment, waar het heilige Gods, niet in woorden of gedachten, maar in volle werkelijkheid, zich een weg baant door de zonde. Dat aanrakingspunt zoudt ge van nabij moeten waarnemen, doorzien in al zijn verhoudingen, opnemen in geheel uw bewustzijn, om naar waarheid te kunnen getuigen, dat het voor u werkelijk ophield een :

te zijn. Maar nu ge dit niet kunt, nu die overgang uit het leven Gods in het leven der zonde u volkomen ontsnapt, en ge eerst tot bewustheid zijt gekomen, nadat ge uit Gods eeuwige voorkennisse reeds door een ontvangenis in zonde in het leven der zonde waart overgegaan, is elk pogen ijdel om door gissing te vergoeden, wat u aan kennis der feiten ontbreekt. Vandaar juist de eisch, dat we onze gedachten gevangen zullen geven in Gods Woord, waar op de kun-

raadsel

stigste

wijs

ons

snerpende

wonde

elks

die

ziel,

in

het

medicijn bereid is, dat balsem biedt voor deze ons wezen. Dit toch getuigt de gemeente, en het heiligdom inging, bevestigt dit getuigenis door in

*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 223

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's