Het heil in ons - pagina 60
50 kindeke, dat ze onder haar hart draagt, op die heilige aannadering, aangegrepen, en springt op in haar schoot. Dat Jesaia's uitspraak „De Heere heeft mij geroepen van den buik af," even sterk bewijs voor :
de mogelijkheid van zulk een werking is, ontkennen we niet, maar bepalen ons liefst tot het gebeurde met Johannes den Dooper, omdat de uitspraak der Schrift te zijnen opzichte allen twijfel en alle onzekerheid buitensluit en de vraag naar de mogelijkheid van zulk een daad Gods, reeds door de verwijzing naar een enkel feit, vol-
komen
is
opgelost.
werkingen des Heiligen Geestes op ons hart zich niet de uren van den dag, dat we wakker zijn, maar ook als we sluimeren, ook in de uren van den nacht, over onze ziel komen, zoo is het dus ook met de aangrijping des Heiligen Geestes, die onze wederbaart en levend maakt. Ze kan ons deel worden in die ziel jaren onzes levens, als we, reeds tot bewustzijn ontwaakt, wetende wat goed en kwaad is, en kennis dragende van de werkingen, die aan onze ziel plaats grijpen, 't zij op het oogenblik zelf, 't zij uit de onmiddellijke gevolgen, weten en inzien, dat de hand des Almachtigen onze ziel uit haar graf heeft opgewekt. Maar, en hiermee rekene men, ze kan ook over ons komen in onze vroegste levensjaren, zonder dat iemand het nog vermoedt, zonder dat we er zelf het minste van bespeuren, eer we nog ons eerste woord gestameld hebben, op de speelkamer, we zeiden het straks reeds, in de wieg, of in den schoot de
Gelijk
bepalen
tot
onzer moeder.
Immers, valt niet te loochenen, dat het alzoo is bij vroeg gestorven kinderkens, dat valt evenmin te ontkennen, dat het ook alzoo bij langer gespaarden zijn kan. Hiermee is een belangrijke uitkomst verkregen. De vraag, wat voorafgaat: bekeering of wedergeboorte, is er mee opgelost. Van hekeer ing kan natuurlijk bij onze vroeg gestorven kinderen geen sprake Bekeering is een daad van den wil, die men niet dan met bezijn.
—
wetende wat men doet, volbrengen kan. Daartoe is een een kindeke in de wieg, een nog ongeborene in kind, schoot volstrekt onbekwaam. Toch greep er, indien het 's moeders kindeke, dat ons ontnomen werd, zalig wierd, wedergeboorte plaats. Waaruit volgt, dat niet de wedergeboorte aan voorafgaande be-
wustzijn,
spelend
maar wel de bekeering aan voorafgaande wedergeboorte
keering,
bonden
ge-
is.
derhalve een levendmaking van de eerst doode is waarbij de zondaar volstrekt lijdelijk is, zoo zelfs, dat ze geheel buiten zijn bewustzijn kan omgaan. Bekeering daarentegen is een daad, evenzeer door God in ons gewerkt, maar die niettemin evenzeer onze eigen daad is en waartoe we niet kunnen geraken, dan nadat de wedergeboorte in ons plaats
Wedergeboorte
ziel,
greep en
we van dood levend gemaakt
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's