Honig uit den rotssteen - pagina 323
309
trouw op den lijksteen van zijns meesters graf verkwijnt, is getuige van de ingeschapen trouw des Almachtigeri. En zoo ook, als die os zijn bezitter kent en die ezel de kribbe zijns heeren, dan is dat alleen en eeniglijk omdat God de Heire, die ook den os schiep en den ezel formeerde, dat instinct en dat besefsvermogen hun ingeplant, ingeprent en ingeschapen heeft. Maar wat doet er dat toe? Wat maakt dat voor verschil? Of heet het dan ook tot u niet: „Stof zijt ge en tot stof zult gij wederkeeren? Hebt gij dan iets dat ge niet hebt ontvangen? Is er dan in u eenige kennis of eenige wetenschap, die u niet ingeprent, eenig of eenig talent dat u niet ingeschapen is door God den
ooit
vermogen Heere ?
„De os kent desniettemin, tot u gezegd moet nog de kribbe zijns heeren, maar is Israël heeft geen kennis, en gij, o, mijn volk, verstaat niet," dat verwijt dan niet diep beschamend, en verraadt het niet in al zijn
En
zijn
dan
als
toch,
:
bezitter nog, en de ezel ruikt
ontzettendheid de diepte van
Want immers,
dat
uw
uw
gij
—
val?
Bezitter
niet kent, neen,
waarlijk dat
aan xi als aan een weekdier of schelpdier het instinct van die kennis zou onthouden hebben. Integendeel, aan u als mensch was die kennis door uw Schepper ingeplant en ingeprent op een wijze en in een maat, waar geen enkel ligt
dier
daaraan,
niet
de
in
dat
verste verte
de
bij
Heere
halen kon.
Eva na haar schepping onverwijld,
en
Zooals
Adam
in het paradijs
terstond, klaar en helder
hun
kenden, zoo heeft geen dier ooit door instinct kennisse van zijn meester gehad. Dat besef, dat ingeschapen bewustzijn, die kennisse en wetenschap van den Almachtige was ongestoord, zuiver onmiddellijk. En dat dit besef nu zonk en alle scherpte verloor, en uw ziel nu, waarlijk, te stomp wierd, om nog te merken of God de lleere ja, bij u of van u af is, dat ligt in niets aan een gebrek van uw schepping, maar uitsluitend aan de verwoesting die in heel uw wezen is Bezitter
aangericht.
Zooals
en
is
al
ge
nu
wat
als
er
zondaar bestaat, zijt, leeft, is alle kennisse weg, hoogstens een zwak gissen, op den tast af
bleef,
raden, en grijpen in bet duister om u heen. En zoo komt het dan ook, dat terwijl God de Heere alomtegenwoordig en dus zelfs in ieders bloed is, en terwijl heel de schepping zijn wonderen vertelt en nacht en dag overvloedig sprake uitstort, ja,
om
dat,
het
terwijl te
ucdergelegd, in
ons
niemand meer naar den hemel heeft op te klimmen maar nabij ons en vlak voor ons het Woord is
halen,
dat
vaderland
desniettegenstaande van de vier millioen zielen die leven, zeker de grootste helft dag aan dag voort-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's