Het heil in ons - pagina 233
223 laatste is ook ten opzichte van het leerstuk der ai'tiruli puri mixti dringend noodig. Tegenover het vernieuwen der Ebionitische door onze modernen in maatschappij en .en Samosateensche kettai'ij kerk, moet met meer klem nog dan weleer de waarheid gehandhaafd, dat ook de persoon van den Middelaar tot de tweezijdige geloofsartikelen behoort. Op gevaar af, dat men ons, evenals Calvijn en alle Gereformeerde theologen van naam, van Nestoriaansche dwaling verdenke, moet in den persoon van den Middelaar zelf die van God gegeven eenheid worden aangewezen, die het verloste schepsel met den Drieëenige verbindt, krachtens een raad Gods, die niet eerst na den zondeval genomen is, maar gefundeerd lag in den goddelijken wil, en dus in het volzalig Wezen zelf van den Onvolprezene, van vóór de grondlegging der wereld. Maar ook anderzijds dient ernstiger dan onze vaderen het deden gewaakt tegen het streven, om het goddelijke uit het menschelijke te verklaren. Helderder nog dan onze vaderen leert de Heere ons thans door de geesten van afval en verleiding, die uitgingen in de Gemeente en die althans ten deele in de 16de eeuw nog gebonden w^aren, dat elke geloofsvoorstelling, die, hoe fijn en hoe bedekt ook, aan dit streven medeplichtig is, op volstrekt verlies van ons Christendom uitloopt. Uit het menschelijke, gelijk het thans door de zonde werd fen een ander „menschelijk" is buiten den persoon van den Christus niet gegeven) is niets te verklaren, geen enkele schakel hoe schijnbaar gering ook van de keten des heils. Voorloopige aanduidingen, die vermoedens wekken kunnen en den zondaar elke verontschuldiging benemen, vindt ge in de menschelijke natuur en in de geschiedenis der volkeren, van schier élke heilswaarheid, maar het juiste en ware inzicht hoe geheel het heilgeheim met de menschelijke natuur, reeds vóór de Schepping, in den raad Gods samenhing, ontvangt ge niet uit die natuur, maar in die natuur bij het hooger licht der genade. Niet minder gewichtig zijn de gevolgen, die uit dit reeds door onze vaderen veroverd standpunt voortvloeien voor de verhouding van godsdienst en leven, geloof en wetenschap, Staat en Kerk. Met een korte aanwijzing zullen we voor elk dezer drie kunnen
Dat
et
volstaan. er tusschen de heilswaarheid en onze menschelijke natuur verband in den raad Gods, reeds vóór de grondlegging der wereld, en komen dus het Evangelie en ons leven als twee elkaar geheel vreemde machten met elkaar in aanraking, dan moet zich bij den Christen een scheiding tusschen godsdienst en leven openbaren en is elk pogen om verband tusschen beide te brengen ijdel. Om
Ligt
geen
godsdienstig te zijn, moet hij zich dan uit het leven terugtrekken, om te leven voor een wijle zijn godsdienst op zij zetten. Hij leeft dan in twee werelden. Eenerzij ds in de genade wereld. Daartoe be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's