Honig uit den rotssteen - pagina 59
46 stof
was,
indien
het bidden in den
het
waarachtige
naam van
bidden, het bidden in den Geest,
het bidden met de heiligen, het bidden dat zekerlijk verhoord wordt, ons als bij uitzondering soms een enkele maal uit de ziel naar de lippen glijdt. Neen, in dat eigen bidden ligt het niet. Wat ons „volkomen zalig maakt" is, naar luid van des apostels woord, aiet ons bidden, maar het bidden van Jezus voor ons. Er is in onze zaliging niets werktuiglij ks. Er is niet maar een Besluit, en na dat Besluit een komen van den Borg, en nu een vanzelf, ongeestelijk werktuiglijk toekomen van het heil van dien Borg aan de kinderen Gods. Neen, maar alles leeft. Het Besluit is geen oogenblik zonder gedragen, gehouden en bezield te worden, door de ontfermende almacht Godes. Die Borg is geen borg dan doordien zijn heerlijke Godheid de heilskrachten van Golgotha van oogenblik tot oogenblik doordringt en krachtig maakt. En zoo ook, dat heil van dien Borg, zou geen enkel oogenblik in rapport met de ziel der verlosten blijven, indien niet van oogenblik tot oogenblik de Middelaar voor hen bad. Kome spreekt van een gedurig geldig maken van Jezus' offerande in de mis. Dat verwerpen we. Jezus,
.
Maar waarom ? Om nu niets dan een koude,
en holheid over te houden ? de „voorbiddinge Christi" alleen tot dat geldig maken van die offerande in staat is, en alzoo de rusteloos werkende en alvermogende kracht vormt, die bij dagen en bij nachten de zielen der verlosten houdt, bewerkt, zaligt. Stel u dat bidden door Jezus dus nooit zoo voor, alsof uw Heiland, zoo nu en dan eens, op uw bede, op uw aanzoek, op uw vragen, voor u een gebed doen zou voor den Troon. Zie toch, Jezus bidt niet maar voor u soms, een enkele maal. Hij doet oneindig meer. Voor u te bidden is zijn bezigheid, is Hij leeft er voor, zijn leven gaat er in op, om voor zijn levensdoel. u te bidden. Vraagt ge hoe dat kan? ]k weet het niet. Maar wel weet ik, dat de apostel zelf tot ons met den eisch komt: „Bidt zonder ophouden!" En nu spreekt het toch wel vanzelf, dat een eisch, die óns zelfs voor wordt gelegd, waarlijk niet ondenkbaar mag hecten bij hem, die onze Voorspraak is. Hij doet het werkelijk. Hij bidt altijd, aldoor. Hij leeft er voor, om zijn smeekingen ons ten behoeve uit te storten voor den troon des Vaders. Dat bidden is zijn ademtocht; dat bidden voor zijn volk zijn ziels-
Neen,
duizend werf neen,
kille leegte
maar omdat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's