De leer der Verbonden - pagina 67
:
57 Oranje, maar de koning in zijn hoedanigheid van kroondrager en met majesteit bekleed vorst voor zijn volk optreedt. Passen we dit nu op de heilige verbonden Gods toe, dan hebben we dus ook hier slechts te vragen: Zijn die verbonden slechts met enkele personen aangegaan? En, indien niet, zijn ze dan misschien toch slechts aangegaan voor zekeren tijd? En blijkt nu dat hiervan bij geen enkel der heilige verbonden eenige de minste sprake is dat ze integendeel alle met heel de menschheid, heel een volk, heel
stam of heel een geslacht zijn aangegaan; niet slechts voor een zeker tijdperk, maar voor al de eeuwen dat zulk een menschengroep aanzijn zal hebben, dan spreekt het toch immers vanzelf, dat we ook onder de verplichtingen van deze verbonden buiten ons weten, zonder onze voorkennis, en vooral zonder onze toestem^ning, reeds in onze geboorte gekomen zijn, eenvoudig overmits één voor allen, een
—
in aller
naam en daarmee
menschheid,
als
allen bindende,
koning van
zijn volk,
als
het verbond als hoofd der stamvorst of geslachtshoofd
aanging. Uit dien hoofde dringen we er dan ook ten ernstigste op aan, dat men toch eindelijk eens ophoude, ter wille van zoogenaamd zedelijke motieven, alle schuld personeel te willen maken, d. i. geen andere schuld te willen erkennen, dan die de mensch, zelf, voor zijn eigen ik, personeel heeft aangegaan. Die zoo spreekt, leeft buiten de Heilige Schrift, en schonk nog geen luisterend oor aan Hem, die van den Sinaï sprak „Ik de Heere uw God ben een ijverig God, die de misdaden der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en vierde lid dergenen die Mij haten, en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden." Immers indien er één waarheid klaar en duidelijk in de heilige Godsopenbaring ons wordt voorgehouden, dan toch wel deze: Dat veel ontzaglijker nog dan de personeele schuld die andere, die gemeenschappelijke schuld is, waarvoor we allen saam aansprakelijk staan, en die ons, ook al wisten we er niets van, nochtans volkomen rechtvaardig wordt toegerekend. Maar zie, terwijl nu bij de s^«a/.9 verbonden een iegelijk dat gaaf toestemt en helder inziet, barst er uit het goddelooze hart een storm los, indien de Heilige Israëls dienzelfden regel nu ook in zijn verbond doet gelden. Dat mag, dat zal niet, dat moet weersproken worden, en herders die de kudde in de waarheid weiden moesten, bestaan het om de schare in dat opstandig beweren te stijven, in stee er van dat ze alle ziel neer zouden werpen onder de macht van het Woord. En toch, is zelfs voor ons kortzichtig, verduisterd begrip de waarheid dezer gewichtige zaak wel zoo moeilijk in te zien? Dit stemt men toch toe, niet waar, dat niet eerst stuk voor stuk, de ééne mensch voor en de andere na, door God den Heere elk op zich zelf geschapen zijn, en daarna bijeen gebracht, om nu zoo goed, :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's