Practijk der godzaligheid - pagina 99
91 Jobs melaatschheid, dan springt het in het oog, dat het bij pestilentie bij menschenterging of satanische verzoeking, eigenlijk „Indien dan God de Heere deze pestilentie al één vraag is en blijft of deze verleiding of deze duivelsverzoeking over u gehengt, is het dan zijn wil, dat gij er desniettemin tegen ingaat, dan wel, dat ge het over u laat komen, stille zit en inzuigt het u ingedropen en in-
of melaatschheid,
:
gespuwd
Zoo
gif?
men
ziet
dus, dat de vraag der lijdelijkheid, eigenlijk
principieel
zuiver
te
dan
eerst
komt, als we haar vóór alle dingen toeinwerkingen op ons persoonlijk leven en
staan
passen op de Satanische het leven van ons volk.
het oog daarop nu tot de Heilige Schrift, dan noch kan het ons moeilijk vallen, om een gereed, duidelijk en beslist antwoord te vinden. Tot de Heilige Schrift namelijk in haar besliste uitspraken. Zij toch die tegenover Satan zelfs „lijdelijkheid" prediken, wat doen
En komen we met
zal
die!
Ze
Dit:
zeggen:
niet de Heilige Schrift, dat Satan door
Leert
En nadat hierop toestemmend geantwoord is, vragen ze ons of hier dan niet uit volgt, dat wij er ons niet tegen verzetten mogen, want dat God toch iets niet over ons zou laten komen, als het niet over ons komen moest. God tegen ons wordt
losgelaten? :
nu juist zit hun fout. Wat God bedoelt en voorheeft een redeneering opmaken. Ze vernemen het feit: dat God Satan tegen ons loslaat, en uit dat feit besluiten zij nu door eigen redeneering dat dan ook God niet kan willen dat wij er iets tegen doen. En tegen dat soort van redeneeren uit den Bijbel nu verzetten we ons met alle macht. Omtrent Gods bedoelen weten we niets, tenzij het God belieft het ons opzettelijk te openbaren. Of God dus bedoelt dat we tegen Satan strijden zullen of hem geworden laten, mag niet gevolgtrekking uitgemaakt, maar moet aan de stellige openbaring bij
En
zie
willen
daarin
ze
uit
der Schrift gevraagd. En wat vind ik nu in die Heilige Schrift? Drieërlei: 1". het feit dat God Satan op ons in laat gaan; 3. de openbaring dat God desniettemin wil dat we tegen Satan strijden zullen; en 3". de aanduiding van wat ter oplossing van den schijnbaren strijd tusschen deze beide uitspraken, ons reeds kon worden meegedeeld.
Een
feit.
Satan niets tegen ons vermag dan onder het goddelijk bestel. Dat toont de geschiedenis van Job. Paulus als 36 schrijft: „Of God hun te eeniger tijd bekeering hij in 2 Tim. 2 gave tot erkentenis der waarheid en zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels^ onder welken wij gevangen waren tot zijn
Het
feit
namelijk,
:
dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's